28 augustus 2017

Kaartlezen (25) - Berlijnse ruimte


Het maakte een onvergetelijke indruk, het bezoek aan Berlijn in 1987 als eerstejaars student sociale geografie. Drabbige fantasiekoffie en Eisbein met boterzacht bestek in Oost-Berlijn, pardon: Berlin, Hauptstadt der DDR. De muur uiteraard, waarvan niemand de val, amper twee jaar later, voorzag. En de verrassing dat Berlijn óók uit bossen en glooiende velden met boerderijen bestond. Het gevoel dat die landelijke omgeving bij de stad hoorde, werd nog versterkt door de geopolitieke eilandstatus van West-Berlijn.

Als je naar de cijfers kijkt, is Berlijn niet echt dunbevolkt: ongeveer dezelfde bevolkingsdichtheid als de gemeente Utrecht. Toch wordt de stad altijd geassocieerd met ruimte. Verspreid door de stad zijn er nog veel open plekken en leegstaande gebouwen, ondanks de magneetwerking die Berlijn heeft op vooral jongeren en creatievelingen. En ondanks de gentrificatie die daarop is gevolgd, wijk na wijk. Stadsdelen als Mitte, Friedrichshain, Kreuzberg, Tiergarten en Prenzlauer Berg zijn nog altijd drie keer minder dichtbevolkt als aan het begin van  de 20e eeuw

De groene en open ruimte in en rond de stad wordt intensief gebruikt door de Berlijners. De Berlijnse editie van Der Tagesspiegel bracht het grondgebruik van de stad op een slimme en visueel aantrekkelijke manier in kaart. Het totale grondgebruik van elke functie is weergegeven alsof het een deel van de stad is. Zo zie je op de kaart ‘wijken’ voor afval, speeltuinen, begraafplaatsen, infrastructuur en verkeersmiddelen. Meer dan een derde van Berlijn bestaat uit bossen, parken en ander groen. Maar liefst 10% van al dat groen zijn volkstuinen, in totaal zo’n 73.000. Wat dat betreft mag Berlijn zich al lang de hoofdstad van urban farming noemen. 

Ook menselijk gedrag is in kaart gebracht. Althans, een belangrijk onderdeel daarvan: de 45 liter bier die de gemiddelde Berlijner jaarlijks achterover slaat, is weergegeven als een plas van 2 meter diep. Doe je hetzelfde voor waterverbruik per huishouden (niet op deze kaart ingetekend), dan heb je de oppervlakte van het noordelijke stadsdeel Pankow nodig. De ruim 3,6 miljoen Berlijners zelf nemen relatief weinig ruimte in op de kaart. Let wel: in de berekening krijgt iedere inwoner niet meer dan vier A4-tjes toebedeeld.




            "Schrebergarten" in Kreuzberg       foto: Marco Klause

Verschenen in Geografie, september 2017
www.geografie.nl

23 augustus 2017

De burger als inspraak-aapje


Ik mag meedoen aan een wedstrijd. Op de website van het Amsterdamse stadsdeel West lees ik dat je als bewoner stemmen kunt verzamelen voor een plan in de buurt. Elke maand mag de bewoner met de meeste stemmen zijn of haar idee toelichten in een pitch tegenover het stadsdeelbestuur. Dan wordt het idee besproken en als het meezit misschien zelfs uitgevoerd. De Stem van West, heet het.

Nu hou ik best van een wedstrijdje, maar deze laat ik even aan me voorbijgaan. Dat meepraten heb ik al eens gedaan, zo'n twee jaar geleden. Er waren plannen voor een nieuwe inrichting van het Columbusplein. Die zouden, helemaal zoals het hoort, samen met de bewoners tot stand komen. Het begon ermee dat ik midden op het plein in gesprek raakte met een ontwerper, die uit zichzelf een opmerking maakte over de ‘versteendheid’ van het plein. Hé hé, deze snapt het, dacht ik. Het Columbusplein is een grote open ruimte midden in een woonwijk, die intensief wordt gebruikt als speel- en schoolplein. En het grote probleem daarvan is inderdaad die versteendheid. ‘Asfalt is ingezet als het verbindende component’, staat er op de website van het bureau dat het plein in 2007 ontwierp. Alsof ze er trots op zijn. Voor bewoners betekent het dat je ruim uitzicht hebt over een ‘openluchtsporthal’. In de zomer moet je kiezen tussen óf de ramen dichthouden óf het raam een stukje opendoen en daarbij het soms oorverdovende, weerkaatsende geluid van schreeuwende kinderen en jongeren in de huiskamer binnenlaten.

Of het plein als speelplek is geslaagd, daar kun je ook over twijfelen. Wisten de ontwerpers, en hun opdrachtgevers, echt niet dat kinderen fijner spelen op een gevariëerde speelplek met natuurlijke en ‘zachte’ materialen dan op een grijze vlakte met wat speeltoestellen en het verplichte voetbalgedeelte, waarop overigens zelden in een partijvorm wordt gevoetbald? (In de Volkskrant stond afgelopen zomer een goed artikel over het belang van groene speelplekken). Hadden ze nog nooit gehoord van zaken als akoestiek, hittestress en wateropvang?

Blijkbaar begreep het stadsdeel ook dat er iets moest veranderen. Er kwam een plan voor een nieuwe inrichting, met meer groen. Wat mij betreft ging het nog niet ver genoeg, maar het was tenminste een begin. Eind 2015 bezocht ik de inspraakavond waarop bewoners hun mening konden geven over het plan. Slechts een handvol pleinbewoners was komen opdagen. Was het desinteresse, of was er te weinig aandacht gegeven aan de bijeenkomst? Je moet het ook maar net willen om een vrije avond urenlang in een niet zo heel gezellig wijkgebouwtje door te brengen.

Daarna: niets. Nu al bijna twee jaar. Ja, een rijtje struiken van een halve meter hoog. Het project is vertraagd, maar staat nog steeds in de planning, leert navraag bij het stadsdeel. Maar intussen zijn we dus alweer aanbeland bij het volgende inspraakplan: je idee op een website zetten en dan stemmen verzamelen om het te mogen pitchen in de vergadering van het stadsdeel.

De gewone burger was nog nooit zo geliefd. In woord, tenminste. Het ideaalbeeld dat vaak wordt geschetst, is dat van een samenleving vol actieve en betrokken burgers en een overheid die alleen nog hoeft te ‘faciliteren’. Maar de praktijk is vaak anders. In Binnenlands Bestuur verscheen een ontnuchterende column van Radboud Engbersen, projectleider bij kennisorganisatie Platform31. Bij veel zogenaamde bewonersinitiatieven blijkt de rol van lokale ambtenaren onmisbaar. Soms is het niet helder bij wie het initiatief nu precies lag. Burgers laten meebetalen aan plannen blijkt meestal ook al een illusie. ‘De doe-het-zelf-beweging is veel meer een ambtenarenbeweging dan wordt gesuggereerd’, schrijft Engbersen, ‘laten we daar eerlijk voor uitkomen.’ 

Professionals en bewoners hebben elkaar nodig, maar in het contact tussen die twee is er nogal wat ruis op de lijn. Mijn advies aan lokale overheden: neem bewoners serieus. Behandel ze niet als inspraak-aapjes die voor de goede sier ‘mogen’ meepraten, al dan niet in de vorm van wedstrijdjes. Kijk verder dan je eigen projecten, beleidsagenda en de formele bijeenkomsten die daarbij horen. Daar bereik je misschien een kleine voorhoede mee, maar de meeste mensen hebben er geen tijd voor of zin in. Probeer liever op een laagdrempelige manier met bewoners in contact te komen. Ga naar ze toe, ook naar de grote groep die uit zichzelf niet zo snel van zich laat horen. Beter midden op straat met koffie en thee dan weggestopt in een apart project op internet.

Zo ingewikkeld hoeft dat toch niet te zijn?



29 juli 2017

Geodicht




De groene longen van de aarde
Zijn van grote waarde

Helaas steeds vaker als plantage
Een ecologische ravage

We smeren het vette gevaar
Op ons brood en in ons haar

En bedreigen zo het leven
Van onze vreedzame neven

Kijk dus eens of wat je koopt
Niet nog meer jungle sloopt 



13 juli 2017

Zomerquiz - What's the map?

Een kaartquiz met de opdracht:  raad voor elk van de drie kaarten wat er wordt getoond. Voor wie er niet meteen uitkomt, staat onderaan voor elke kaart een hint, en daaronder de oplossingen.



Kaart 1



Kaart 2




Kaart 3


















Op kaart 1 hebben de ‘rode’ landen iets met elkaar gemeen. Maar wat? De groep lijkt vrij willekeurig samengesteld. Er zijn relatief veel grote landen bij, maar in Europa is Zwitserland de enige vertegenwoordiger (en ook drie dwergstaten, maar die mag je nu gerust even vergeten). Nederland behoort tot de grijze, ‘normale’ landen, al gaat de kaart over iets waarbij juist de Nederlandse situatie internationaal nog wel eens voor verwarring kan zorgen.

De prachtige kaart 2 laat het midden van Japan zien. Het gaat om het lichtpaarse gedeelte, dat onder meer de vlakte bestrijkt waarin Tokio ligt, rechts op de kaart. Op het eerste gezicht lijkt het misschien of de paarse vlekken iets met stedelijkheid hebben te maken. Maar toch is dat niet zo, want als je goed kijkt op de kaart zie je dat ook sommige niet-stedelijke gebieden paars zijn. Een andere aanwijzing is dat de paarse vlekken zich alleen in dit deel van Japan bevinden. Blijkbaar gaat het dus om een verschijnsel waaraan een duidelijke fysieke grens vastzit.

Kaart 3 heeft eigenlijk geen hint nodig. De kaart geeft zelf een duidelijk signaal af waarover hij gaat.



Oplossingen:


7 juli 2017

Ja hoor, weer geen Drent


Ik maakte een grapje op Twitter. De aanleiding was het bekendmaken van de zes deelnemers aan Zomergasten van dit seizoen, en de jaarlijkse discussie daarover. De klachten gingen deze keer over het feit dat er maar twee vrouwen bij waren en over het 'te linkse' gehalte van de selectie. Klagen over Zomergasten is een jaarlijks ritueel, een gezelschapsspel voor de cultureel verantwoorde medemens, een high brow tegenhanger van het gemopper over de selectie van het Nederlands elftal voor een groot toernooi, wanneer er ook altijd klachten zijn over te veel of te weinig spelers van bepaalde clubs.

Ja hoor, weer niemand uit Drenthe erbij #Zomergasten, twitterde ik, als toespeling op dat geklaag. Maar even later begon er toch iets bij me te knagen. Was het eigenlijk wel een grap? Was er in al die seizoenen ooit wel eens iemand langs geweest die werd geboren in Drenthe? Het is gemakkelijk na te gaan op de Wikipedia-pagina over het programma. Alleen de wiki's van Henriette Maassen van den Brink (2003) en Jaap van Heerden (1997) vermelden geen geboorteplaats, en de uit Curaçao afkomstige gast van dit jaar Glenn Helberg had nog geen eigen wiki.

Na ouderwets turven kom ik uit op 84 zomergasten die in het westen van Nederland werden geboren. Dat is meer dan de helft van alle zomergasten. Die westelijke dominantie komt vooral dankzij Amsterdam (29) en Den Haag (13). De drie zuidelijke provincies doen met 19 gasten mee, Oost-Nederland met 12, Noord-Nederland met 8 en België met 13. De wieg van 21 gasten stond buiten Nederland of België, waaronder vier keer in Nederlands-Indië, drie keer in Suriname, drie keer in Duitsland en twee keer in Marokko.

Acht geboren noorderlingen dus. En hoeveel daarvan in Drenthe? Inderdaad, helemaal niemand. Al ging het op eind van het turven, toen ik begon te hopen dat er geen Drent bij was omdat mijn punt anders verloren zou gaan, nog bijna mis; vredesactiviste Sienie Strikwerda, te gast in het eerste seizoen (1988), werd geboren in Musselkanaal, dat net aan de Groningse kant van de Veenkoloniën ligt. De enige andere zomergastloze provincie is Flevoland. Zeeland doet alleen mee dankzij filosoof Ad Verbrugge (2006).

Je kunt je natuurlijk afvragen hoe erg het is. Zomergasten is een programma dat mensen uitnodigt die de top van hun vakgebied hebben bereikt, en Amsterdam en Den Haag brengen blijkbaar meer van dat soort mensen voort dan Drenthe, Limburg, Overijssel of Zeeland. Je kunt betogen dat het juist goed is dat de redactie geen concessies doet aan kwaliteitscriteria; het gaat erom wie je bent en wat je doet, niet om waar je vandaan komt. Daar kun je dan weer tegen inbrengen dat deze geografische verdeling wel erg scheef is, en dat de publieke omroep meer recht zou moeten doen aan de diversiteit van de samenleving. Of dat er genoeg interessante kandidaten van buiten West-Nederland zijn, als je ze maar weet te vinden. Het is dezelfde discussie als over het glazen plafond op de arbeidsmarkt. Of over de ondervertegenwoordiging van Nederlanders uit migrantengroepen bij de politie of in de politiek. 

Maar nooit is er ophef over het feit dat er geen enkele Drent aanwezig is in een gezelschap dat de hele Nederlandse samenleving moet vertegenwoordigen. Misschien kunnen we de vraag 'is er een Drent bij?' als extra check invoeren in het diversiteitsdebat. Niet om dat debat belachelijk te maken of te bagatelliseren, maar om te laten zien dat diversiteit en ondervertegenwoordiging vaak meer dimensies hebben dan je ziet op het eerste gezicht.

15 juni 2017

Kaartlezen (24) - De Zaan op zijn kant



Lezers van De Volkskrant, en ook die van andere media, kennen vast het werk van Jan Rothuizen. Met veel details vertelt de illustrator een verhaal aan de hand van een tekening. Laatst betrapte ik mezelf erop dat ik minutenlang gebiologeerd zat te kijken naar een tekening waarop de avond van een maaltijdbezorger in Amsterdam was uitgebeeld ('om 20:28: naar de 4e etage voor een pasta boscaiola, geen fooi'). Daarna had ik het gevoel alles te weten over het werk van een fietskoerier, veel meer dan wanneer het een geschreven artikel was geweest. Ik bleef wel zitten met de vraag of je de afbeelding een kaart mocht noemen. Er waren straten en gebouwen getekend, maar die stonden volledig in dienst van het verhaal. Rothuizen zelf noemt het een 'zachte atlas'.

Verhalende kaarten zijn niet nieuw. Oude wereldkaarten werden volgeschreven met teksten en voorzien van illustraties. De verhalende kaart lijkt in onze tijd weer bezig aan een terugkeer. De weg vinden lukt prima met Google Maps op je telefoon, waardoor er meer ruimte is gekomen voor andere functies van een kaart. Voor de ingang van het vernieuwde station in Zaandam hangt een fraaie, meterslange kaart die de bezoeker verwelkomt. Ook hier is vrijmoedig omgesprongen met de topografie; om het voor de kijker gemakkelijk te maken, is de Zaan op zijn kant gelegd. Het verhaal van de streek wordt verteld aan de hand van teksten en foto's. De bedoeling is duidelijk om bezoekers meer van 'de Zaan' te laten zien dan de molens op de Zaanse Schans. En het lijkt te werken: als je een tijdje blijft staan, merk je dat toeristen hem uitgebreid bestuderen en er foto's van nemen.

Het verschil met de illustraties van Rothuizen is dat de Zaanse kaart niet alleen verhalend is, maar ook gebruikswaarde probeert te hebben. Bij elke foto van een bezienswaardigheid loopt er een stippellijn naar de locatie. Terwijl ik de kaart bekeek, kwam er een toerist naast me staan - aan het accent te horen Oost-Europees - die op het plaatje van het Czaar Peter Huis wees. Of ik wist hoe ze daar moest komen. Aan het lijntje op de kaart had ze niet genoeg, ook omdat er geen routes of straatnamen op de kaart stonden. Misschien moet daar nog eens over worden nagedacht voor een volgende versie. Ze wilde ook weten of er nog andere dingen in Zaandam de moeite van het bekijken waard waren. En daar was de kaart, samen met wat gezond Zaans chauvinisme, dan wel weer heel geschikt voor.

                                                                                                                                      Ontwerp: Tjasker Design



Fragment van de tekening van Jan Rothuizen

Verschenen in Geografie, juni 2017

9 juni 2017

Straatkaarten (3)

                                                         @LiduinaDeering

Het is weer tijd voor een paar opvallende straatkaarten. We beginnen met het busje van Jens Beenhakker. Tot mijn schrik had ik mijn eigen foto per ongeluk gewist, maar gelukkig vond ik op Twitter deze. Over een revalideerder die Beenhakker heet, gaan we nu even geen grappen maken, dat is meer iets voor een taalrubriek. Maar die kaart: hoe krijg je het voor elkaar? Houten ligt waar Amersfoort hoort te liggen, Breda ligt op de plek van Den Bosch en Amsterdam is opgeschoven naar Purmerend. Waarom gaat het juist op busjes zo vaak mis met kaarten? (zie ook deze en deze Straatkaarten). Soms zie je op een mislukte kaart dat alle plaatsen in dezelfde mate zijn verschoven. Dan zijn er waarschijnlijk twee lagen over elkaar heen gelegd. Maar dat is hier niet het geval, want de ene plaats ligt te ver naar het Oosten en de andere weer naar het Westen of Zuiden. Laten we hopen dat Jens de verschillende lichaamsdelen beter uit elkaar kan houden.




Dan de vrolijke bestelwagen van Renzo’s Delicatessen. De Italiaanse driekleur doet je vanzelf het water in de mond lopen. En Italië is natuurlijk een enorm cartogeniek land. Maar caro Renzo, je bent iets vergeten. Een stuk Italië dat bijna net zo groot is als België. Een eiland waar dit jaar de glorieus door onze Tom Dumoulin gewonnen Giro van start ging. Waar is Sardinië gebleven? Je ziet het wel vaker trouwens, Italië zonder Sardinië. Zanger Frans Bauer heeft deze zomer een kaartje als profielfoto op Twitter om het nummer Bella Italia te promoten. Ook daarop is Sardinië onzichtbaar. Misschien is het slordigheid. Maar misschien wordt een kaart met Sardinië ook onbewust minder aantrekkelijk gevonden. Sicilië hoort er wel bij, als een driehoekig voorwerp dat een schop krijgt van de laars. Maar het bijna even grote Sardinië staat los van de laarsvorm, waardoor het gevoelsmatig de kaart verstoort. Wordt het daarom weggelaten?








Van Italië gaan we naar Turkije. Je moet de vorm van het land herkennen, want verder biedt het busje geen informatie. Ook niet op de geblindeerde zijkant. Intrigerend. De kaart zelf geeft ook al geen houvast. In het Europese deel zien we een Turkse vlag met omgekeerde kleuren. En in het midden van het land is een vorm uitgesneden met 06 erin. Nazoeken leert dat het de provincie Centraal-Anatolië moet zijn. De vorm klopt, alleen is de provincie groter dan de kaart op de achterruit laat zien. Toch weer zo’n busjes-afwijking dus. Waarvoor het voertuig precies dient of diende, blijft gissen. Een taxi?






Tenslotte een muurschildering in Amsterdam, vlakbij het Lloyd Hotel. De kaart herinnert aan de emigranten, vooral Oost-Europese Joden op de vlucht voor armoede en vervolging, voor wie het hotel de laatste verblijfplaats in Europa was voordat ze inscheepten naar Zuid-Amerika. Nu kunnen we heel hard 'Map fail!' roepen en vertellen wat er allemaal niet deugt aan de kaart. Maar laten we dat nou eens niet doen en gewoon afspreken dat hij zo is bedoeld. Hier heeft iemand heel losjes met een kaart bij de hand – of misschien zelfs uit het blote hoofd – een idee van een kaart op de muur gezet. Noem het naïeve cartografische kunst. Het resultaat is, juist dankzij die imperfectie, visueel sterk. Je kunt het zien als een verwijzing naar de onzekere toekomst die de emigranten tegemoet gingen.

Ook een opvallende kaart in de openbare ruimte gezien? Inzendingen zijn welkom.

30 mei 2017

We hebben nieuwe lijstjes nodig

Ede de gelukkigste stad van Nederland! Amsterdam nummer acht op de wereldranglijst van aantrekkelijkste steden! Lijstjes doen het altijd goed. Ze worden gretig verspreid, vooral als de eigen stad hoog scoort. Voor kranten en websites is het gemakkelijke content. Meestal blijft het bij een kort bericht waarin niets over het achterliggende onderzoek wordt verteld. Wat dat betreft verschillen steden- en landenlijstjes niet zoveel van de eindeloze hoeveelheid clickbait op het web; je weet dat je het met een flinke schep zout moet nemen en toch mòet je even kijken naar die 15 celebrities with dirty secrets.

Het is een oermenselijke behoefte om te rangschikken. Het antwoord op de vraag wat er precies is gemeten, en hoe dat is gedaan, is altijd wel te vinden in de krochten van een bijbehorend rapport. Maar wie gaat er naar een website om een pdf van 143 pagina's te downloaden? Het gaat om dat lijstje. En al weet je dat de uitkomsten moeten worden gerelativeerd, ze blijven toch hangen. Kopenhagen en Wenen zijn Amsterdam gepasseerd op de lijst van leefbare steden? Amsterdam, let op uw zaak!

Zo blijven er veel vragen liggen. Hoe zijn containerbegrippen als 'leefbaarheid' of 'aantrekkelijkheid voor investeerders' precies samengesteld? Waar zijn de grenzen van de stad gelegd? Als je de Randstad vergelijkt met Groot-Parijs krijg je heel andere uitkomsten dan wanneer je de stad Amsterdam met de stad Parijs vergelijkt. Hoeveel steden zijn er vergeleken en waarom precies die? In internationale lijstjes is Amsterdam vaak de enige Nederlandse vertegenwoordiger en worden Rotterdam of Den Haag overgeslagen. Buitenlandse steden die veel groter zijn dan Amsterdam, ontbreken dan weer. Ooit wel eens Belo Horizonte voorbij zien komen in zo'n ranglijst?

De Global Power City Index van het World Economic Forum (2017)



De vraag is altijd wat je nu precies meet. Het geluksonderzoek onder de vijftig grootste Nederlandse gemeenten bijvoorbeeld, was self reported: deelnemers moesten zelf aangeven hoe ze zich voelden. Dan meet je eigenlijk niet hoe gelukkig mensen zijn, maar welk antwoord ze geven op de vraag hoe gelukkig ze zijn. Het is heel waarschijnlijk dat ook in de bereidheid om toe te geven dat je je ongelukkig voelt culturele en demografische - en dus ook geografische - verschillen bestaan. Dan zijn Edenaren (what's in a name) dus niet het gelukkigst, maar vinden ze dat ze het minst mogen klagen. 

Wat zegt zo'n ranglijst waarin usual suspects als Londen, New York en Tokyo bovenaan staan over het leven van de gemiddelde bewoner van die stad? Of een leefbaarheidsonderzoek waarin steden als Kopenhagen, Vancouver, Wenen en Zürich steevast hoog eindigen. Meet je daarin de aantrekkelijkheid van die steden of vooral die van de welvarende en stabiele landen waarin ze liggen?

Veel 'beste dit-of-dat' lijstjes zijn een overblijfsel uit het pre-2008 tijdperk van voor de vastgoed- en kredietcrisis. De heersende gedachte was lange tijd dat als steden zouden gaan voor de hoofdprijzen - de beste bedrijven, de slimste bewoners - op termijn al hun inwoners daarvan profiteerden. We weten inmiddels dat het niet zo werkt. Zelfs Richard Florida, de goeroe van de creative cities gedachte, heeft inmiddels schoorvoetend zijn ongelijk toegegeven. Juist in steden zijn er winnaars en verliezers. Er is verdringing op de woning- en arbeidsmarkt. Wijken veranderen, waarbij oude bewoners letterlijk of figuurlijk worden weggedrukt door nieuwe. Er zijn, ook in Nederland, oplopende woonquotes; het deel van het inkomen dat opgaat aan vaste lasten.

Dit is geen pleidooi om te stoppen met lijstjes, wel om inzichtelijker te maken wat ze precies voorstellen. En voor een ander soort lijstjes. Niet meer alleen van de beste, maar van 'de beste voor wie?' Een leefbare stad betekent voor bewoners met een laag inkomen dat de huren niet nog harder stijgen. Voor jonge starters dat er voldoende betaalbare woningen te vinden zijn. Voor gezinnen met kinderen dat er voldoende speelplekken in de buurt zijn. Voor cultuurliefhebbers dat het theateraanbod op peil blijft.

Het vraagt om een nieuw soort lijstjes. Lijstjes waarin stedelijke, regionale of landelijke kwaliteit niet langer wordt gemeten als een gemiddelde dat door een hoge top omhoog wordt getrokken, maar waarin vooral wordt gemeten hoe groot de groep bewoners is die ervan profiteert. Je zou het 'de meest inclusieve stad' kunnen noemen. Welke steden slagen er het best in om iedereen te laten meetellen en meedoen?


Amsterdam-Noord, Van der Pekstraat

10 mei 2017

Geodicht




Vergeet het oude links en rechts
Verkiezingen zijn nog slechts

Een regionale stammenstrijd
Rond zaken als identiteit

De stad blij progressief
Het land boos en vol ongerief

Dat is nu het verhaal
Maar klopt het helemaal?

Onthoud als je zo'n kaartje ziet
Mensen stemmen, plaatsen niet 



3 mei 2017

Kaartlezen (23) - Zeventien miljoen stippen

Utrecht





U staat op de kaart. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte een dotmap waarop elke Nederlander met een stip staat weergegeven (link). Dat klinkt misschien wat big brother-achtig, maar zo is het niet. Het uit de statistieken bekende inwoneraantal wordt omgezet in stippen en vervolgens ‘geladen’ in het bijbehorende deelgebied. Op deze kaart hebben bewoners met een autochtone Nederlandse achtergrond een roze stip gekregen, die met een niet-westerse migratieachtergrond een blauwe en bewoners met een westerse migratieachtergrond een groene. Zo laat de kaart tot in detail zien waar mensen wonen, met hoevelen ze zijn en wat hun herkomst is. De grote steden blijken veel ‘confettiwijken’ te hebben, waarin ongeveer evenveel bewoners met een Nederlandse, westerse en niet-westerse migratie-achtergrond zijn te vinden. Wie de interactieve kaart afspeurt, ontdekt ook plukjes groene en blauwe stippen. De groene zijn concentraties van westerse migranten; studenten op universiteitscampussen als de Uithof in Utrecht. De blauwe zijn de bewoners van asielzoekerscentra.

Het voordeel van dotmaps is dat ze zowel patronen als dichtheden laten zien. Daarnaast zijn ze heel geschikt als interactieve kaart, omdat je ze op een aantal schaalniveaus kunt bekijken. Bij uitzoomen vermengen de kleuren zich en zie je patronen op grote schaal. Bij inzoomen worden de afzonderlijke stippen zichtbaar en hun verdeling in buurten, steden en dorpen. Dotmaps worden vaker gebruikt om afkomst weer te geven. Bekend is de racial dotmap van de Verenigde Staten die de vaak messcherpe etnische scheidslijnen tussen de blanke, zwarte en latinobevolking in Amerikaanse steden laat zien. Ook van Brazilië is er een dotmap, die net als in de VS een sterke ruimtelijke segregatie van bevolkingsgroepen laat zien. 

De CBS-kaart is niet helemaal vergelijkbaar met de Amerikaanse en Braziliaanse dotmaps, omdat hij niet etniciteit maar migratieachtergrond laat zien. Op dat punt lijkt Nederland dus een behoorlijk gemengd land. Al heeft de driedeling 'Nederlands, westers, niet-westers' natuurlijk een beperkte betekenis; bij de groepen 'westers' en 'niet-westers' gaat het om iedereen die zelf of van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Om te weten hoeveel oude en nieuwe bewoners een plek heeft, zou je bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor een tweedeling 'wel of niet geboren in deze gemeente'. Stippenkaarten zijn voor allerlei doeleinden geschikt, bijvoorbeeld om verschillen in welvaart of stemgedrag weer te geven. Het CBS laat weten dat de dotmap ook zal worden toegepast voor andere data, omdat daarvoor veel interesse is. 

Veel 'confettiwijken' in de grote steden, zoals hier Struisenburg in Rotterdam

Utrecht, studentencampus de Uithof

Verschenen in Geografie, mei 2017

6 april 2017

Kaartlezen (22) - Raad de kaart

Verschenen in Geografie, april 2017
                                                                                                                                     Afbeelding: Benjamin Hennig

We zijn gek op quizzen. Aan de huiskamertafel, in de pub, op televisie, op internet of via een app. Geografie is bijna altijd wel een categorie bij kennisspelletjes. In het prettig ouderwetse Met het mes op tafel komt regelmatig een kaart voorbij met topografische vraag eraan vast. De meer uitdagende quizzen vind je op internet. Een leuke is Geoguessr, waarin je virtueel wordt gedropt op een willekeurige plek waar je 360 graden kunt rondkijken en dan moet raden waar je bent. Een site als Jetpunk heeft originele vragen als ‘in welke negen landen zijn er meer schapen dan mensen?’die binnen een bepaalde tijd moeten worden opgelost. Na het invullen zie je meteen hoe je hebt gescoord ten opzichte van de andere deelnemers.

Misschien kan het nog creatiever. De formule van de beroemde Amerikaanse televisiequiz Jeopardy, waarin het antwoord is gegeven en de vraag moet worden geraden, is ook geschikt voor een quiz met kaarten: je ziet een kaart en moet raden wat daarop is te zien. Laten we het eens proberen met de kaart hierboven. Wat laat deze nogal vreemd vervormde wereldkaart ons zien? Wie het na een paar seconden kan zeggen, is een knappe kaartenlezer. Het vereist wat puzzelwerk, neem gerust even de tijd. Het is niet iets wat je moet weten, eerder iets wat je moet zien. Voor wie er niet uitkomt, volgt hieronder een hint.

Wat meteen opvalt, is dat Afrika veel kleiner is dan het zou moeten zijn. De kaart is een true size map waarop landen zijn verkleind of vergroot om data weer te geven. Vaak worden deze kaarten gebruikt voor indicatoren die met welvaart samenhangen, zoals het Bruto Nationaal Product, het aantal dokters, de CO2-uitstoot of de ecologische voetafdruk. Op zulke kaarten is Europa bijna altijd groter en Afrika kleiner dan normaal. In eerste instantie lijkt dat hier ook het geval. Toch moet er iets anders aan de hand zijn, want Madagascar staat er flink op. En ook Indonesië en de Filipijnen, die niet tot de rijke landen behoren, springen eruit. In Europa lijkt Noorwegen het meest opgeblazen land. Nederland heeft een redelijk normale omvang, maar België is zo gekrompen dat je het bijna niet meer ziet. Sommige andere landen lijken helemaal te zijn verdwenen. De kaart geeft dus iets weer waar Noorwegen en de Filipijnen veel van hebben, België weinig en andere landen helemaal niets.

Voor wie er niet uitkomt of het zeker wil weten, staat hieronder het antwoord

1 april 2017

Geodicht



Een beetje stad komt er pas tussen
Met een eigen speldenkussen

Wereldwijd erkend symbool
Van de echte metropool

 Ook Mokum waagt een poging
Tot plaatselijke zelfverhoging

Zo'n mini-versie van Dubai
Is dat nou dik doen aan the Eye?

Wees gerust, want hoor 'ns
Het worden slànke torens


Sluisbuurt, plan van gemeente Amsterdam

Alternatief plan van architecten Sjoerd Soeters en Rudy Uytenhaak

20 maart 2017

Splinterland


Nog één keer over de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. De verkiezingen waarin partijen die zetels verloren tot winnaar werden uitgeroepen en partijen die zetels wonnen tot verliezer. De verkiezingen waarin Nederland een land van splinters werd. Zie er maar eens chocola van te maken. De kaart die de uitslag deze keer misschien wel het best symboliseert, is die van de gemeenten waarin partijen hun hoogste score behaalden. Dertien bastionnetjes, verspreid over het land. De PvdA mag uitwaaien op Terschelling, waar procentueel de grootste aanhang overbleef. Gooische vrouwen kiezen Mark, Utrechtse bakfietsers gaan voor Jesse. Emile Roemer en Alexander Pechtold zijn vast heel gewoon gebleven, anders zouden ze nooit de hoogste score in hun home towns Boxmeer en Wageningen hebben behaald. Volendam, waar ze de ansichtkaartversie van Nederland moeten verkopen, maakt zich met Thierry Baudet het meest zorgen over de homeopathische verdunning van de Nederlandse cultuur. De vraag is welke oplossing Partij voor de Dierenstemmers in oude Amsterdamse wijken bedenken voor hun muizen.

4 maart 2017

Kaartlezen (21) - Grootmacht Tokelau


                                                                                                                                        Afbeelding: Nominet (2016)


Iedereen die over het web surft, is er vast wel eens een tegengekomen: een website die op .tk eindigt. Het piepkleine Tokelau, drie atollen in de Pacific die staatsrechtelijk bij Nieuw-Zeeland horen, is de onbetwiste grootmacht als het gaat om landenextensies. Op een bevolking van 1400 zielen zijn er 31 miljoen websites met een .tk-extensie. Al die sites staan geregistreerd bij hetzelfde bedrijf, opgericht door een Nederlander. Het geheim van het succes is dat de domeinnamen helemaal gratis zijn. De extensie is vooral populair bij inwoners van opkomende landen als India en Vietnam, die een eigen site willen hebben zonder er voor te hoeven betalen. Of ze daar vervolgens ook echt iets mee doen, is de vraag. Dat hoeft ook niet van de eigenaar. Die gebruikt de sites om advertenties op te zetten. Een deel van de opbrengst daarvan gaat naar de Tokelause overheid. Zo is .tk verreweg het belangrijkste exportproduct van de eilandengroep. Op de wereldkaart van landenextensies komen we nog meer van zulke exoten tegen. De letters .cc staan voor de Cocos-eilanden en de extensie .tv, die daadwerkelijk door televisieprogramma's wordt gebruikt, hoort bij Tuvalu. 

De kaart is gemaakt door Nominet, een Britse domeinnaam-aanbieder (een grote versie van de kaart is hier te vinden). Kijken we naar de meer reguliere landen, waar het aantal sites een betere afspiegeling is van de websitedichtheid in het land zelf, dan zien we dat Nederland met .nl hoog scoort: een vijfde plaats met ruim 5,6 miljoen websites. Naast Tokelau zijn alleen .cn (China), .de (Duitsland) en .uk (Verenigd Koninkrijk) groter. Ook Colombia doet het goed met .co, mede omdat die letters behalve voor het land ook voor 'company' kunnen staan. Een ander land met een populaire extensie is Montenegro (.me). Een uitschieter naar beneden is de Verenigde Staten, waar .com populairder is dan de landenextensie .us.




Het ziet er vreemd uit, zo'n true size map waarop kleine landen worden opgeblazen en grote landen krimpen. Waarom zou je gebiedsgrootte gebruiken om informatie weer te geven die niets met gebiedsgrootte heeft te maken, zoals in dit geval het aantal websites? Er is wel een reden te bedenken. Juist omdat we gewend zijn aan een 'normale' kaart, kan een kaart met vervormde landen je met een frisse blik naar informatie laten kijken. Een mooi voorbeeld is de uit blokjes opgebouwde wereldkaart waarop elk blokje een miljoen inwoners weergeeft. Het zal niemand verrassen dat China en India die kaart domineren, maar doordat je ziet hoe groot die twee landen opeens worden, besef je het nog beter dan wanneer je het in getallen ziet uitgedrukt. Een ander voorbeeld zijn de kaarten van verkiezingsuitslagen. Op een normale kaart lijkt het al snel alsof partijen die hoog scoren in dunbevolktere gebieden het goed doen, zoals de Republikeinen in de VS of het CDA bij ons. Pas als gebieden worden ingekrompen of opgeblazen in relatie tot hun daadwerkelijke scores, zie je de echte verdeling.

True size maps kunnen informatie op een overzichtelijker manier presenteren dan bijvoorbeeld een lijst of een grafiek. Stel dat je wilt weten wat de extensie van Griekenland is, hoeveel websites die hebben en hoe het land scoort ten opzichte van andere landen. Je ogen gaan naar Griekenland op de kaart en je weet alles in een keer. De kaartlezer moet uiteraard wel Griekenland kunnen vinden. Daarom zijn true size maps alleen bruikbaar als het normale kaartbeeld niet te veel wordt verstoord. Op deze kaart is dat slim opgelost door de continenten afzonderlijk weer te geven. Het is een gelukje dat de uitschieter in de Pacific ligt. Als Tokelau midden in Europa had gelegen, was de kaart waarschijnlijk zo vreemd geworden dat niemand er nog iets in had herkend.


Verschenen in Geografie, maart 2017


Amerikaanse verkiezingen 2016. Op de gewone kaart links lijkt het alsof rood (Trump) ruim heeft gewonnen van blauw (Clinton), op de true size map rechts is de echte verdeling te zien

26 februari 2017

Waar zijn 'de wijken' gebleven?

Elke verkiezingsstrijd eindigt in kluitjesvoetbal. Er is een overkoepelend thema dat in de media en tijdens debatten steeds wordt benadrukt, waardoor het een zelfversterkend effect krijgt. Bij de landelijke verkiezingen van mei 2002 was het thema 'de mensen in de wijken'. Eerder dat jaar had Leefbaar Rotterdam de tweede stad van het land veroverd (Andere Tijden maakte er onlangs een uitzending over). Integratie en immigratie waren onderwerp van het politieke debat geworden. Het gesprek erover was te lang gevoerd met gemakzuchtige vergelijkingen van het type 'Nederland is altijd een immigratieland geweest, dus er is niets bijzonders aan de hand'. De plek waar de multiculturele samenleving het meest zichtbaar was, waren ‘de wijken’. Elke politicus had het er over. Ze hoefden er niet eens bij te vertellen welke wijken. Iedereen wist dat het ging over de delen van de grote steden die het meest waren veranderd door immigratie. Zo was het ook een soort codetaal; met 'de problemen in de wijken' of 'de pijn van mensen die hun buurt zien veranderen' werd bedoeld dat er iets moest worden gedaan aan de achterblijvende integratie en aan de instroom van kansarme immigranten.

In de jaren daarna werden de immigratie- en integratie-eisen aangescherpt. Er kwam een minister voor Wonen & Wijken. Er werd flink gebouwd, waarbij het hielp dat het vaak ging om ruim opgezette na-oorlogse wijken. Er kwamen appartementen met koopwoningen, of juist laagbouw met tuinen. Versleten scholen en buurthuizen werden vervangen door frisse multifunctionele gebouwen. Anonieme hondenveldjes werden echte parken. Er kwamen meer levendige straten, met winkels en een echt trottoir.

Het ging beter met de wijken. Dat kon je niet alleen zien, het werd ook bevestigd door onderzoek. Zoals in een rapport van het SCP uit 2013 dat op belangrijke punten vooruitgang liet zien: minder verloedering, minder criminaliteit, minder concentratie van armoede. Maar het was blijkbaar nog te vroeg om te juichen. De onderzoekers waren zo vriendelijk om de mopperaars te hulp te schieten: er was wel vooruitgang, maar het kon niet worden bewezen dat die was te danken aan het beleid. Dat had 'geen meetbaar gunstig effect' gehad. Een nogal geforceerde redenering, maar het stelde iedereen in staat om tobberig te blijven doen over de wijken, en dat gebeurde dus ook. Een simpel bezoek aan Nieuw-West (Amsterdam), Kanaleneiland (Utrecht), Pendrecht-Zuidwijk (Rotterdam) of Malburgen (Arnhem) had iets anders geleerd. Of een praatje met bewoners. Onderzoekers of journalisten die met buitenlandse gasten op stap gaan in een van onze wijken, krijgen steevast als reactie: 'noemen jullie dit een probleemwijk?'


Amsterdam Nieuw-West

We zijn vijftien jaar verder en de problemen in de wijken lijken spoorloos verdwenen. Heel af en toe kom je de term Vogelaarwijk nog tegen in een artikel. In het politieke debat worden ze zelden nog genoemd. Het thema van 2017 is identiteit. De geografische focus ligt niet langer op de grote steden, maar op het 'middenland' daaromheen. Nieuwegein, Purmerend, Ridderkerk, Etten-Leur; gewone plaatsen, niet te klein en niet te groot, waar de gewone burger woont. Er zijn opvallend veel gemeenten bij waar de proteststem hoog scoort. Geograaf Josse de Voogd schreef een uiterst leesbare analyse op Sociale Vraagstukken over de electorale geografie van de PVV.

Je kunt het een vooruitgang noemen ten opzichte van 2002, want het middenland is bij elkaar veel groter dan de wijken in de grote steden. Maar de focus is niet alleen geografisch ruimer geworden, hij is ook diffuser. Bij de wijken ging het nog over concrete problemen, van criminaliteit tot mensen die hun buren niet meer konden verstaan. De identiteitsdiscussie is veel vager omdat identiteit een vaag begrip is. Iedereen kan erop projecteren wat hij wil; zie de vele portretjes in de media van mensen die 'de politiek' niet meer vertrouwen en daar ieder hun eigen reden bij hebben. Nog steeds hangt de multiculturele samenleving boven het debat. Maar waar de nadruk in 2002 nog lag op de confrontatie tussen oude en nieuwe Nederlanders, ligt die nu op het 'gevoel' dat mensen hebben. Dat van bewoners die protesteren tegen de komst van een AZC of tegen een handjevol woningen voor statushouders. Van mensen die hun kennis over asielzoekers, moslims en andere 'anderen' niet uit de eerste hand hebben, maar uit tweets of Facebookberichten, al dan niet uit het buitenland, al dan niet fake.

Over de wijken hoor je nooit meer iets. Goed nieuws is geen nieuws. Partijen zouden het goede nieuws best kunnen benoemen. De VVD zou de nadruk kunnen leggen op de dalende criminaliteitscijfers, het terugdringen van de kansarme immigratie en de komst van meer koopwoningen. De PvdA op het verbeteren van de leefbaarheid en op het feit dat het mengen grotendeels is gelukt zonder dat het ten koste ging van de sociale woningbouw. Maar dat doen ze niet. Want dan moeten ze het hebben over de grote steden, en over dingen die relatief goed gaan. En dat zijn niet de spelregels bij het kluitjesvoetbal van 2017.

2 februari 2017

Kaartlezen (20) - Amsterdam Beach!

Het was vorig seizoen een van de grappigste momenten uit het satirische programma Zondag met Lubach: de Amsterdamse toeristenkaart. Buitenlandse bezoekers willen alleen naar een plek komen die Amsterdam heet, vertelde presentator Arjen Lubach. Dat is vervelend voor Amsterdam, want daar wordt het te druk. En het is ook vervelend voor plekken die geen Amsterdam heten en daardoor juist weinig toeristen trekken. Maar daar heeft de stad nu iets op gevonden: we noemen Zandvoort gewoon Amsterdam Beach. Het lijkt een grap, maar vervolgens komt er daadwerkelijk een kaart in beeld waarop de strook van Lisse tot Aalsmeer Flowers of Amsterdam heet. De Vechtstreek is omgedoopt tot Castles & Gardens of Amsterdam. Het idyllische Waterland - een naam die geen vertaling nodig heeft, zou je denken - is Old Holland.

Het is een kaart die wordt gebruikt door Amsterdam Marketing, de stichting die namens de hele regio het toerisme bevordert. Waren de marketeers nog iets vindingrijker geweest, dan hadden ze de Oostvaardersplassen vast Amsterdam Safari genoemd. Het Amsterdam-thema wordt door de makers van Zondag met Lubach tot in het absurde doorgevoerd. De Drentse hunebedden zijn voortaan de Amsterdam Stones, de Wadden de Amsterdam Islands. Tot een verslaggeefster uiteindelijk met een Amsterdam Globe in de hand staat. Lubach: 'Maar je kunt toch niet zomaar de hele wereld Amsterdam noemen?' Verslaggeefster: 'Waarom niet? Dat deden we in de zeventiende eeuw toch ook?'




Heerlijke geo-satire. Maar ook realiteit. De kaart past bij de ambitie van de regionale bestuurders om toeristen te spreiden over de hele stad, en liefst ook daarbuiten. Dit vermindert niet alleen de drukte in het centrum van Amsterdam, het levert ook veel extra inkomsten op als buitenlandse bezoekers meer zien van de regio en een dagje aanplakken aan hun verblijf. Dus moet het ze zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt; niet voor niets heet het Station Koog-Zaandijk sinds kort Station Zaandijk-Zaanse Schans. Zo'n kaart die de hele regio laat zien, toont ook aan hoe de functie van toeristenkaarten verschuift van neutraal en informatief naar sturend en lokkend. Dankzij Google Maps was het nog nooit zo gemakkelijk om je weg te vinden, en informatie over potentiële bestemmingen is ook overal beschikbaar. Juist die overvloed kan de reisconsument overweldigen. Waar wil hij heen, waar mòet hij heen in die twee - of toch maar drie? - dagen Amsterdam? Een kaart als die van Amsterdam Marketing trekt de ogen van de bezoeker naar de regio, laat duidelijk de verbindingen zien, en suggereert op handige wijze dat een bezoek aan het Muiderslot - pardon: Amsterdam Castle - net zo goed bij het totaalpakket hoort als het Van Gogh Museum en een rondvaart door de grachten.

En verzint dus compleet nieuwe namen. De vraag is hoe ver je daar in moet gaan. Toeristen op weg helpen met fantasienamen is één ding, maar wat als een nieuwe naam gaat concurreren met de oude? Een deel van Amsterdam-West mogen we sinds kort 'het Hallenkwartier' noemen, naar de tot uitgaanscentrum verbouwde tramremise De Hallen. Het staat op de straatnaambordjes, waarmee het een officiëel tintje krijgt. Een staaltje buurtmarketing, afgekeken van 'de negen straatjes' in de grachtengordel, die als the nine little streets inmiddels alle reisgidsen hebben gehaald. Onder bewoners zorgde de plotselinge naamsverandering voor nogal wat irritatie. 'Hallenkwartier? Het is hier gewoon de Kinkerbuurt!'














Verschenen in Geografie, februari 2017
www.geografie.nl