15 juni 2017

Kaartlezen (24) - De Zaan op zijn kant



Lezers van De Volkskrant, en ook die van andere media, kennen vast het werk van Jan Rothuizen. Met veel details vertelt de illustrator een verhaal aan de hand van een tekening. Laatst betrapte ik mezelf erop dat ik minutenlang gebiologeerd zat te kijken naar een tekening waarop de avond van een maaltijdbezorger in Amsterdam was uitgebeeld ('om 20:28: naar de 4e etage voor een pasta boscaiola, geen fooi'). Daarna had ik het gevoel alles te weten over het werk van een fietskoerier, veel meer dan wanneer het een geschreven artikel was geweest. Ik bleef wel zitten met de vraag of je de afbeelding een kaart mocht noemen. Er waren straten en gebouwen getekend, maar die stonden volledig in dienst van het verhaal. Rothuizen zelf noemt het een 'zachte atlas'.

Verhalende kaarten zijn niet nieuw. Oude wereldkaarten werden volgeschreven met teksten en voorzien van illustraties. De verhalende kaart lijkt in onze tijd weer bezig aan een terugkeer. De weg vinden lukt prima met Google Maps op je telefoon, waardoor er meer ruimte is gekomen voor andere functies van een kaart. Voor de ingang van het vernieuwde station in Zaandam hangt een fraaie, meterslange kaart die de bezoeker verwelkomt. Ook hier is vrijmoedig omgesprongen met de topografie; om het voor de kijker gemakkelijk te maken, is de Zaan op zijn kant gelegd. Het verhaal van de streek wordt verteld aan de hand van teksten en foto's. De bedoeling is duidelijk om bezoekers meer van 'de Zaan' te laten zien dan de molens op de Zaanse Schans. En het lijkt te werken: als je een tijdje blijft staan, merk je dat toeristen hem uitgebreid bestuderen en er foto's van nemen.

Het verschil met de illustraties van Rothuizen is dat de Zaanse kaart niet alleen verhalend is, maar ook gebruikswaarde probeert te hebben. Bij elke foto van een bezienswaardigheid loopt er een stippellijn naar de locatie. Terwijl ik de kaart bekeek, kwam er een toerist naast me staan - aan het accent te horen Oost-Europees - die op het plaatje van het Czaar Peter Huis wees. Of ik wist hoe ze daar moest komen. Aan het lijntje op de kaart had ze niet genoeg, ook omdat er geen routes of straatnamen op de kaart stonden. Misschien moet daar nog eens over worden nagedacht voor een volgende versie. Ze wilde ook weten of er nog andere dingen in Zaandam de moeite van het bekijken waard waren. En daar was de kaart, samen met wat gezond Zaans chauvinisme, dan wel weer heel geschikt voor.

                                                                                                                                      Ontwerp: Tjasker Design



Fragment van de tekening van Jan Rothuizen

Verschenen in Geografie, juni 2017

9 juni 2017

Straatkaarten (3)

                                                         @LiduinaDeering

Het is weer tijd voor een paar opvallende straatkaarten. We beginnen met het busje van Jens Beenhakker. Tot mijn schrik had ik mijn eigen foto per ongeluk gewist, maar gelukkig vond ik op Twitter deze. Over een revalideerder die Beenhakker heet, gaan we nu even geen grappen maken, dat is meer iets voor een taalrubriek. Maar die kaart: hoe krijg je het voor elkaar? Houten ligt waar Amersfoort hoort te liggen, Breda ligt op de plek van Den Bosch en Amsterdam is opgeschoven naar Purmerend. Waarom gaat het juist op busjes zo vaak mis met kaarten? (zie ook deze en deze Straatkaarten). Soms zie je op een mislukte kaart dat alle plaatsen in dezelfde mate zijn verschoven. Dan zijn er waarschijnlijk twee lagen over elkaar heen gelegd. Maar dat is hier niet het geval, want de ene plaats ligt te ver naar het Oosten en de andere weer naar het Westen of Zuiden. Laten we hopen dat Jens de verschillende lichaamsdelen beter uit elkaar kan houden.




Dan de vrolijke bestelwagen van Renzo’s Delicatessen. De Italiaanse driekleur doet je vanzelf het water in de mond lopen. En Italië is natuurlijk een enorm cartogeniek land. Maar caro Renzo, je bent iets vergeten. Een stuk Italië dat bijna net zo groot is als België. Een eiland waar dit jaar de glorieus door onze Tom Dumoulin gewonnen Giro van start ging. Waar is Sardinië gebleven? Je ziet het wel vaker trouwens, Italië zonder Sardinië. Zanger Frans Bauer heeft deze zomer een kaartje als profielfoto op Twitter om het nummer Bella Italia te promoten. Ook daarop is Sardinië onzichtbaar. Misschien is het slordigheid. Maar misschien wordt een kaart met Sardinië ook onbewust minder aantrekkelijk gevonden. Sicilië hoort er wel bij, als een driehoekig voorwerp dat een schop krijgt van de laars. Maar het bijna even grote Sardinië staat los van de laarsvorm, waardoor het gevoelsmatig de kaart verstoort. Wordt het daarom weggelaten?








Van Italië gaan we naar Turkije. Je moet de vorm van het land herkennen, want verder biedt het busje geen informatie. Ook niet op de geblindeerde zijkant. Intrigerend. De kaart zelf geeft ook al geen houvast. In het Europese deel zien we een Turkse vlag met omgekeerde kleuren. En in het midden van het land is een vorm uitgesneden met 06 erin. Nazoeken leert dat het de provincie Centraal-Anatolië moet zijn. De vorm klopt, alleen is de provincie groter dan de kaart op de achterruit laat zien. Toch weer zo’n busjes-afwijking dus. Waarvoor het voertuig precies dient of diende, blijft gissen. Een taxi?






Tenslotte een muurschildering in Amsterdam, vlakbij het Lloyd Hotel. De kaart herinnert aan de emigranten, vooral Oost-Europese Joden op de vlucht voor armoede en vervolging, voor wie het hotel de laatste verblijfplaats in Europa was voordat ze inscheepten naar Zuid-Amerika. Nu kunnen we heel hard 'Map fail!' roepen en vertellen wat er allemaal niet deugt aan de kaart. Maar laten we dat nou eens niet doen en gewoon afspreken dat hij zo is bedoeld. Hier heeft iemand heel losjes met een kaart bij de hand – of misschien zelfs uit het blote hoofd – een idee van een kaart op de muur gezet. Noem het naïeve cartografische kunst. Het resultaat is, juist dankzij die imperfectie, visueel sterk. Je kunt het zien als een verwijzing naar de onzekere toekomst die de emigranten tegemoet gingen.

Ook een opvallende kaart in de openbare ruimte gezien? Inzendingen zijn welkom.

30 mei 2017

We hebben nieuwe lijstjes nodig

Ede de gelukkigste stad van Nederland! Amsterdam nummer acht op de wereldranglijst van aantrekkelijkste steden! Lijstjes doen het altijd goed. Ze worden gretig verspreid, vooral als de eigen stad hoog scoort. Voor kranten en websites is het gemakkelijke content. Meestal blijft het bij een kort bericht waarin niets over het achterliggende onderzoek wordt verteld. Wat dat betreft verschillen steden- en landenlijstjes niet zoveel van de eindeloze hoeveelheid clickbait op het web; je weet dat je het met een flinke schep zout moet nemen en toch mòet je even kijken naar die 15 celebrities with dirty secrets.

Het is een oermenselijke behoefte om te rangschikken. Het antwoord op de vraag wat er precies is gemeten, en hoe dat is gedaan, is altijd wel te vinden in de krochten van een bijbehorend rapport. Maar wie gaat er naar een website om een pdf van 143 pagina's te downloaden? Het gaat om dat lijstje. En al weet je dat de uitkomsten moeten worden gerelativeerd, ze blijven toch hangen. Kopenhagen en Wenen zijn Amsterdam gepasseerd op de lijst van leefbare steden? Amsterdam, let op uw zaak!

Zo blijven er veel vragen liggen. Hoe zijn containerbegrippen als 'leefbaarheid' of 'aantrekkelijkheid voor investeerders' precies samengesteld? Waar zijn de grenzen van de stad gelegd? Als je de Randstad vergelijkt met Groot-Parijs krijg je heel andere uitkomsten dan wanneer je de stad Amsterdam met de stad Parijs vergelijkt. Hoeveel steden zijn er vergeleken en waarom precies die? In internationale lijstjes is Amsterdam vaak de enige Nederlandse vertegenwoordiger en worden Rotterdam of Den Haag overgeslagen. Buitenlandse steden die veel groter zijn dan Amsterdam, ontbreken dan weer. Ooit wel eens Belo Horizonte voorbij zien komen in zo'n ranglijst?

De Global Power City Index van het World Economic Forum (2017)



De vraag is altijd wat je nu precies meet. Het geluksonderzoek onder de vijftig grootste Nederlandse gemeenten bijvoorbeeld, was self reported: deelnemers moesten zelf aangeven hoe ze zich voelden. Dan meet je eigenlijk niet hoe gelukkig mensen zijn, maar welk antwoord ze geven op de vraag hoe gelukkig ze zijn. Het is heel waarschijnlijk dat ook in de bereidheid om toe te geven dat je je ongelukkig voelt culturele en demografische - en dus ook geografische - verschillen bestaan. Dan zijn Edenaren (what's in a name) dus niet het gelukkigst, maar vinden ze dat ze het minst mogen klagen. 

Wat zegt zo'n ranglijst waarin usual suspects als Londen, New York en Tokyo bovenaan staan over het leven van de gemiddelde bewoner van die stad? Of een leefbaarheidsonderzoek waarin steden als Kopenhagen, Vancouver, Wenen en Zürich steevast hoog eindigen. Meet je daarin de aantrekkelijkheid van die steden of vooral die van de welvarende en stabiele landen waarin ze liggen?

Veel 'beste dit-of-dat' lijstjes zijn een overblijfsel uit het pre-2008 tijdperk van voor de vastgoed- en kredietcrisis. De heersende gedachte was lange tijd dat als steden zouden gaan voor de hoofdprijzen - de beste bedrijven, de slimste bewoners - op termijn al hun inwoners daarvan profiteerden. We weten inmiddels dat het niet zo werkt. Zelfs Richard Florida, de goeroe van de creative cities gedachte, heeft inmiddels schoorvoetend zijn ongelijk toegegeven. Juist in steden zijn er winnaars en verliezers. Er is verdringing op de woning- en arbeidsmarkt. Wijken veranderen, waarbij oude bewoners letterlijk of figuurlijk worden weggedrukt door nieuwe. Er zijn, ook in Nederland, oplopende woonquotes; het deel van het inkomen dat opgaat aan vaste lasten.

Dit is geen pleidooi om te stoppen met lijstjes, wel om inzichtelijker te maken wat ze precies voorstellen. En voor een ander soort lijstjes. Niet meer alleen van de beste, maar van 'de beste voor wie?' Een leefbare stad betekent voor bewoners met een laag inkomen dat de huren niet nog harder stijgen. Voor jonge starters dat er voldoende betaalbare woningen te vinden zijn. Voor gezinnen met kinderen dat er voldoende speelplekken in de buurt zijn. Voor cultuurliefhebbers dat het theateraanbod op peil blijft.

Het vraagt om een nieuw soort lijstjes. Lijstjes waarin stedelijke, regionale of landelijke kwaliteit niet langer wordt gemeten als een gemiddelde dat door een hoge top omhoog wordt getrokken, maar waarin vooral wordt gemeten hoe groot de groep bewoners is die ervan profiteert. Je zou het 'de meest inclusieve stad' kunnen noemen. Welke steden slagen er het best in om iedereen te laten meetellen en meedoen?


Amsterdam-Noord, Van der Pekstraat

10 mei 2017

Geodicht




Vergeet het oude links en rechts
Verkiezingen zijn nog slechts

Een regionale stammenstrijd
Rond zaken als identiteit

De stad blij progressief
Het land boos en vol ongerief

Dat is nu het verhaal
Maar klopt het helemaal?

Onthoud als je zo'n kaartje ziet
Mensen stemmen, plaatsen niet 



3 mei 2017

Kaartlezen (23) - Zeventien miljoen stippen

Utrecht





U staat op de kaart. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte een dotmap waarop elke Nederlander met een stip staat weergegeven (link). Dat klinkt misschien wat big brother-achtig, maar zo is het niet. Het uit de statistieken bekende inwoneraantal wordt omgezet in stippen en vervolgens ‘geladen’ in het bijbehorende deelgebied. Op deze kaart hebben bewoners met een autochtone Nederlandse achtergrond een roze stip gekregen, die met een niet-westerse migratieachtergrond een blauwe en bewoners met een westerse migratieachtergrond een groene. Zo laat de kaart tot in detail zien waar mensen wonen, met hoevelen ze zijn en wat hun herkomst is. De grote steden blijken veel ‘confettiwijken’ te hebben, waarin ongeveer evenveel bewoners met een Nederlandse, westerse en niet-westerse migratie-achtergrond zijn te vinden. Wie de interactieve kaart afspeurt, ontdekt ook plukjes groene en blauwe stippen. De groene zijn concentraties van westerse migranten; studenten op universiteitscampussen als de Uithof in Utrecht. De blauwe zijn de bewoners van asielzoekerscentra.

Het voordeel van dotmaps is dat ze zowel patronen als dichtheden laten zien. Daarnaast zijn ze heel geschikt als interactieve kaart, omdat je ze op een aantal schaalniveaus kunt bekijken. Bij uitzoomen vermengen de kleuren zich en zie je patronen op grote schaal. Bij inzoomen worden de afzonderlijke stippen zichtbaar en hun verdeling in buurten, steden en dorpen. Dotmaps worden vaker gebruikt om afkomst weer te geven. Bekend is de racial dotmap van de Verenigde Staten die de vaak messcherpe etnische scheidslijnen tussen de blanke, zwarte en latinobevolking in Amerikaanse steden laat zien. Ook van Brazilië is er een dotmap, die net als in de VS een sterke ruimtelijke segregatie van bevolkingsgroepen laat zien. 

De CBS-kaart is niet helemaal vergelijkbaar met de Amerikaanse en Braziliaanse dotmaps, omdat hij niet etniciteit maar migratieachtergrond laat zien. Op dat punt lijkt Nederland dus een behoorlijk gemengd land. Al heeft de driedeling 'Nederlands, westers, niet-westers' natuurlijk een beperkte betekenis; bij de groepen 'westers' en 'niet-westers' gaat het om iedereen die zelf of van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Om te weten hoeveel oude en nieuwe bewoners een plek heeft, zou je bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor een tweedeling 'wel of niet geboren in deze gemeente'. Stippenkaarten zijn voor allerlei doeleinden geschikt, bijvoorbeeld om verschillen in welvaart of stemgedrag weer te geven. Het CBS laat weten dat de dotmap ook zal worden toegepast voor andere data, omdat daarvoor veel interesse is. 

Veel 'confettiwijken' in de grote steden, zoals hier Struisenburg in Rotterdam

Utrecht, studentencampus de Uithof

Verschenen in Geografie, mei 2017

6 april 2017

Kaartlezen (22) - Raad de kaart

Verschenen in Geografie, april 2017
                                                                                                                                     Afbeelding: Benjamin Hennig

We zijn gek op quizzen. Aan de huiskamertafel, in de pub, op televisie, op internet of via een app. Geografie is bijna altijd wel een categorie bij kennisspelletjes. In het prettig ouderwetse Met het mes op tafel komt regelmatig een kaart voorbij met topografische vraag eraan vast. De meer uitdagende quizzen vind je op internet. Een leuke is Geoguessr, waarin je virtueel wordt gedropt op een willekeurige plek waar je 360 graden kunt rondkijken en dan moet raden waar je bent. Een site als Jetpunk heeft originele vragen als ‘in welke negen landen zijn er meer schapen dan mensen?’die binnen een bepaalde tijd moeten worden opgelost. Na het invullen zie je meteen hoe je hebt gescoord ten opzichte van de andere deelnemers.

Misschien kan het nog creatiever. De formule van de beroemde Amerikaanse televisiequiz Jeopardy, waarin het antwoord is gegeven en de vraag moet worden geraden, is ook geschikt voor een quiz met kaarten: je ziet een kaart en moet raden wat daarop is te zien. Laten we het eens proberen met de kaart hierboven. Wat laat deze nogal vreemd vervormde wereldkaart ons zien? Wie het na een paar seconden kan zeggen, is een knappe kaartenlezer. Het vereist wat puzzelwerk, neem gerust even de tijd. Het is niet iets wat je moet weten, eerder iets wat je moet zien. Voor wie er niet uitkomt, volgt hieronder een hint.

Wat meteen opvalt, is dat Afrika veel kleiner is dan het zou moeten zijn. De kaart is een true size map waarop landen zijn verkleind of vergroot om data weer te geven. Vaak worden deze kaarten gebruikt voor indicatoren die met welvaart samenhangen, zoals het Bruto Nationaal Product, het aantal dokters, de CO2-uitstoot of de ecologische voetafdruk. Op zulke kaarten is Europa bijna altijd groter en Afrika kleiner dan normaal. In eerste instantie lijkt dat hier ook het geval. Toch moet er iets anders aan de hand zijn, want Madagascar staat er flink op. En ook Indonesië en de Filipijnen, die niet tot de rijke landen behoren, springen eruit. In Europa lijkt Noorwegen het meest opgeblazen land. Nederland heeft een redelijk normale omvang, maar België is zo gekrompen dat je het bijna niet meer ziet. Sommige andere landen lijken helemaal te zijn verdwenen. De kaart geeft dus iets weer waar Noorwegen en de Filipijnen veel van hebben, België weinig en andere landen helemaal niets.

Voor wie er niet uitkomt of het zeker wil weten, staat hieronder het antwoord

1 april 2017

Geodicht



Een beetje stad komt er pas tussen
Met een eigen speldenkussen

Wereldwijd erkend symbool
Van de echte metropool

 Ook Mokum waagt een poging
Tot plaatselijke zelfverhoging

Zo'n mini-versie van Dubai
Is dat nou dik doen aan the Eye?

Wees gerust, want hoor 'ns
Het worden slànke torens


Sluisbuurt, plan van gemeente Amsterdam

Alternatief plan van architecten Sjoerd Soeters en Rudy Uytenhaak

20 maart 2017

Splinterland


Nog één keer over de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. De verkiezingen waarin partijen die zetels verloren tot winnaar werden uitgeroepen en partijen die zetels wonnen tot verliezer. De verkiezingen waarin Nederland een land van splinters werd. Zie er maar eens chocola van te maken. De kaart die de uitslag deze keer misschien wel het best symboliseert, is die van de gemeenten waarin partijen hun hoogste score behaalden. Dertien bastionnetjes, verspreid over het land. De PvdA mag uitwaaien op Terschelling, waar procentueel de grootste aanhang overbleef. Gooische vrouwen kiezen Mark, Utrechtse bakfietsers gaan voor Jesse. Emile Roemer en Alexander Pechtold zijn vast heel gewoon gebleven, anders zouden ze nooit de hoogste score in hun home towns Boxmeer en Wageningen hebben behaald. Volendam, waar ze de ansichtkaartversie van Nederland moeten verkopen, maakt zich met Thierry Baudet het meest zorgen over de homeopathische verdunning van de Nederlandse cultuur. De vraag is welke oplossing Partij voor de Dierenstemmers in oude Amsterdamse wijken bedenken voor hun muizen.

4 maart 2017

Kaartlezen (21) - Grootmacht Tokelau


                                                                                                                                        Afbeelding: Nominet (2016)


Iedereen die over het web surft, is er vast wel eens een tegengekomen: een website die op .tk eindigt. Het piepkleine Tokelau, drie atollen in de Pacific die staatsrechtelijk bij Nieuw-Zeeland horen, is de onbetwiste grootmacht als het gaat om landenextensies. Op een bevolking van 1400 zielen zijn er 31 miljoen websites met een .tk-extensie. Al die sites staan geregistreerd bij hetzelfde bedrijf, opgericht door een Nederlander. Het geheim van het succes is dat de domeinnamen helemaal gratis zijn. De extensie is vooral populair bij inwoners van opkomende landen als India en Vietnam, die een eigen site willen hebben zonder er voor te hoeven betalen. Of ze daar vervolgens ook echt iets mee doen, is de vraag. Dat hoeft ook niet van de eigenaar. Die gebruikt de sites om advertenties op te zetten. Een deel van de opbrengst daarvan gaat naar de Tokelause overheid. Zo is .tk verreweg het belangrijkste exportproduct van de eilandengroep. Op de wereldkaart van landenextensies komen we nog meer van zulke exoten tegen. De letters .cc staan voor de Cocos-eilanden en de extensie .tv, die daadwerkelijk door televisieprogramma's wordt gebruikt, hoort bij Tuvalu. 

De kaart is gemaakt door Nominet, een Britse domeinnaam-aanbieder (een grote versie van de kaart is hier te vinden). Kijken we naar de meer reguliere landen, waar het aantal sites een betere afspiegeling is van de websitedichtheid in het land zelf, dan zien we dat Nederland met .nl hoog scoort: een vijfde plaats met ruim 5,6 miljoen websites. Naast Tokelau zijn alleen .cn (China), .de (Duitsland) en .uk (Verenigd Koninkrijk) groter. Ook Colombia doet het goed met .co, mede omdat die letters behalve voor het land ook voor 'company' kunnen staan. Een ander land met een populaire extensie is Montenegro (.me). Een uitschieter naar beneden is de Verenigde Staten, waar .com populairder is dan de landenextensie .us.




Het ziet er vreemd uit, zo'n true size map waarop kleine landen worden opgeblazen en grote landen krimpen. Waarom zou je gebiedsgrootte gebruiken om informatie weer te geven die niets met gebiedsgrootte heeft te maken, zoals in dit geval het aantal websites? Er is wel een reden te bedenken. Juist omdat we gewend zijn aan een 'normale' kaart, kan een kaart met vervormde landen je met een frisse blik naar informatie laten kijken. Een mooi voorbeeld is de uit blokjes opgebouwde wereldkaart waarop elk blokje een miljoen inwoners weergeeft. Het zal niemand verrassen dat China en India die kaart domineren, maar doordat je ziet hoe groot die twee landen opeens worden, besef je het nog beter dan wanneer je het in getallen ziet uitgedrukt. Een ander voorbeeld zijn de kaarten van verkiezingsuitslagen. Op een normale kaart lijkt het al snel alsof partijen die hoog scoren in dunbevolktere gebieden het goed doen, zoals de Republikeinen in de VS of het CDA bij ons. Pas als gebieden worden ingekrompen of opgeblazen in relatie tot hun daadwerkelijke scores, zie je de echte verdeling.

True size maps kunnen informatie op een overzichtelijker manier presenteren dan bijvoorbeeld een lijst of een grafiek. Stel dat je wilt weten wat de extensie van Griekenland is, hoeveel websites die hebben en hoe het land scoort ten opzichte van andere landen. Je ogen gaan naar Griekenland op de kaart en je weet alles in een keer. De kaartlezer moet uiteraard wel Griekenland kunnen vinden. Daarom zijn true size maps alleen bruikbaar als het normale kaartbeeld niet te veel wordt verstoord. Op deze kaart is dat slim opgelost door de continenten afzonderlijk weer te geven. Het is een gelukje dat de uitschieter in de Pacific ligt. Als Tokelau midden in Europa had gelegen, was de kaart waarschijnlijk zo vreemd geworden dat niemand er nog iets in had herkend.


Verschenen in Geografie, maart 2017


Amerikaanse verkiezingen 2016. Op de gewone kaart links lijkt het alsof rood (Trump) ruim heeft gewonnen van blauw (Clinton), op de true size map rechts is de echte verdeling te zien

26 februari 2017

Waar zijn 'de wijken' gebleven?

Elke verkiezingsstrijd eindigt in kluitjesvoetbal. Er is een overkoepelend thema dat in de media en tijdens debatten steeds wordt benadrukt, waardoor het een zelfversterkend effect krijgt. Bij de landelijke verkiezingen van mei 2002 was het thema 'de mensen in de wijken'. Eerder dat jaar had Leefbaar Rotterdam de tweede stad van het land veroverd (Andere Tijden maakte er onlangs een uitzending over). Integratie en immigratie waren onderwerp van het politieke debat geworden. Het gesprek erover was te lang gevoerd met gemakzuchtige vergelijkingen van het type 'Nederland is altijd een immigratieland geweest, dus er is niets bijzonders aan de hand'. De plek waar de multiculturele samenleving het meest zichtbaar was, waren ‘de wijken’. Elke politicus had het er over. Ze hoefden er niet eens bij te vertellen welke wijken. Iedereen wist dat het ging over de delen van de grote steden die het meest waren veranderd door immigratie. Zo was het ook een soort codetaal; met 'de problemen in de wijken' of 'de pijn van mensen die hun buurt zien veranderen' werd bedoeld dat er iets moest worden gedaan aan de achterblijvende integratie en aan de instroom van kansarme immigranten.

In de jaren daarna werden de immigratie- en integratie-eisen aangescherpt. Er kwam een minister voor Wonen & Wijken. Er werd flink gebouwd, waarbij het hielp dat het vaak ging om ruim opgezette na-oorlogse wijken. Er kwamen appartementen met koopwoningen, of juist laagbouw met tuinen. Versleten scholen en buurthuizen werden vervangen door frisse multifunctionele gebouwen. Anonieme hondenveldjes werden echte parken. Er kwamen meer levendige straten, met winkels en een echt trottoir.

Het ging beter met de wijken. Dat kon je niet alleen zien, het werd ook bevestigd door onderzoek. Zoals in een rapport van het SCP uit 2013 dat op belangrijke punten vooruitgang liet zien: minder verloedering, minder criminaliteit, minder concentratie van armoede. Maar het was blijkbaar nog te vroeg om te juichen. De onderzoekers waren zo vriendelijk om de mopperaars te hulp te schieten: er was wel vooruitgang, maar het kon niet worden bewezen dat die was te danken aan het beleid. Dat had 'geen meetbaar gunstig effect' gehad. Een nogal geforceerde redenering, maar het stelde iedereen in staat om tobberig te blijven doen over de wijken, en dat gebeurde dus ook. Een simpel bezoek aan Nieuw-West (Amsterdam), Kanaleneiland (Utrecht), Pendrecht-Zuidwijk (Rotterdam) of Malburgen (Arnhem) had iets anders geleerd. Of een praatje met bewoners. Onderzoekers of journalisten die met buitenlandse gasten op stap gaan in een van onze wijken, krijgen steevast als reactie: 'noemen jullie dit een probleemwijk?'


Amsterdam Nieuw-West

We zijn vijftien jaar verder en de problemen in de wijken lijken spoorloos verdwenen. Heel af en toe kom je de term Vogelaarwijk nog tegen in een artikel. In het politieke debat worden ze zelden nog genoemd. Het thema van 2017 is identiteit. De geografische focus ligt niet langer op de grote steden, maar op het 'middenland' daaromheen. Nieuwegein, Purmerend, Ridderkerk, Etten-Leur; gewone plaatsen, niet te klein en niet te groot, waar de gewone burger woont. Er zijn opvallend veel gemeenten bij waar de proteststem hoog scoort. Geograaf Josse de Voogd schreef een uiterst leesbare analyse op Sociale Vraagstukken over de electorale geografie van de PVV.

Je kunt het een vooruitgang noemen ten opzichte van 2002, want het middenland is bij elkaar veel groter dan de wijken in de grote steden. Maar de focus is niet alleen geografisch ruimer geworden, hij is ook diffuser. Bij de wijken ging het nog over concrete problemen, van criminaliteit tot mensen die hun buren niet meer konden verstaan. De identiteitsdiscussie is veel vager omdat identiteit een vaag begrip is. Iedereen kan erop projecteren wat hij wil; zie de vele portretjes in de media van mensen die 'de politiek' niet meer vertrouwen en daar ieder hun eigen reden bij hebben. Nog steeds hangt de multiculturele samenleving boven het debat. Maar waar de nadruk in 2002 nog lag op de confrontatie tussen oude en nieuwe Nederlanders, ligt die nu op het 'gevoel' dat mensen hebben. Dat van bewoners die protesteren tegen de komst van een AZC of tegen een handjevol woningen voor statushouders. Van mensen die hun kennis over asielzoekers, moslims en andere 'anderen' niet uit de eerste hand hebben, maar uit tweets of Facebookberichten, al dan niet uit het buitenland, al dan niet fake.

Over de wijken hoor je nooit meer iets. Goed nieuws is geen nieuws. Partijen zouden het goede nieuws best kunnen benoemen. De VVD zou de nadruk kunnen leggen op de dalende criminaliteitscijfers, het terugdringen van de kansarme immigratie en de komst van meer koopwoningen. De PvdA op het verbeteren van de leefbaarheid en op het feit dat het mengen grotendeels is gelukt zonder dat het ten koste ging van de sociale woningbouw. Maar dat doen ze niet. Want dan moeten ze het hebben over de grote steden, en over dingen die relatief goed gaan. En dat zijn niet de spelregels bij het kluitjesvoetbal van 2017.

2 februari 2017

Kaartlezen (20) - Amsterdam Beach!

Het was vorig seizoen een van de grappigste momenten uit het satirische programma Zondag met Lubach: de Amsterdamse toeristenkaart. Buitenlandse bezoekers willen alleen naar een plek komen die Amsterdam heet, vertelde presentator Arjen Lubach. Dat is vervelend voor Amsterdam, want daar wordt het te druk. En het is ook vervelend voor plekken die geen Amsterdam heten en daardoor juist weinig toeristen trekken. Maar daar heeft de stad nu iets op gevonden: we noemen Zandvoort gewoon Amsterdam Beach. Het lijkt een grap, maar vervolgens komt er daadwerkelijk een kaart in beeld waarop de strook van Lisse tot Aalsmeer Flowers of Amsterdam heet. De Vechtstreek is omgedoopt tot Castles & Gardens of Amsterdam. Het idyllische Waterland - een naam die geen vertaling nodig heeft, zou je denken - is Old Holland.

Het is een kaart die wordt gebruikt door Amsterdam Marketing, de stichting die namens de hele regio het toerisme bevordert. Waren de marketeers nog iets vindingrijker geweest, dan hadden ze de Oostvaardersplassen vast Amsterdam Safari genoemd. Het Amsterdam-thema wordt door de makers van Zondag met Lubach tot in het absurde doorgevoerd. De Drentse hunebedden zijn voortaan de Amsterdam Stones, de Wadden de Amsterdam Islands. Tot een verslaggeefster uiteindelijk met een Amsterdam Globe in de hand staat. Lubach: 'Maar je kunt toch niet zomaar de hele wereld Amsterdam noemen?' Verslaggeefster: 'Waarom niet? Dat deden we in de zeventiende eeuw toch ook?'




Heerlijke geo-satire. Maar ook realiteit. De kaart past bij de ambitie van de regionale bestuurders om toeristen te spreiden over de hele stad, en liefst ook daarbuiten. Dit vermindert niet alleen de drukte in het centrum van Amsterdam, het levert ook veel extra inkomsten op als buitenlandse bezoekers meer zien van de regio en een dagje aanplakken aan hun verblijf. Dus moet het ze zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt; niet voor niets heet het Station Koog-Zaandijk sinds kort Station Zaandijk-Zaanse Schans. Zo'n kaart die de hele regio laat zien, toont ook aan hoe de functie van toeristenkaarten verschuift van neutraal en informatief naar sturend en lokkend. Dankzij Google Maps was het nog nooit zo gemakkelijk om je weg te vinden, en informatie over potentiële bestemmingen is ook overal beschikbaar. Juist die overvloed kan de reisconsument overweldigen. Waar wil hij heen, waar mòet hij heen in die twee - of toch maar drie? - dagen Amsterdam? Een kaart als die van Amsterdam Marketing trekt de ogen van de bezoeker naar de regio, laat duidelijk de verbindingen zien, en suggereert op handige wijze dat een bezoek aan het Muiderslot - pardon: Amsterdam Castle - net zo goed bij het totaalpakket hoort als het Van Gogh Museum en een rondvaart door de grachten.

En verzint dus compleet nieuwe namen. De vraag is hoe ver je daar in moet gaan. Toeristen op weg helpen met fantasienamen is één ding, maar wat als een nieuwe naam gaat concurreren met de oude? Een deel van Amsterdam-West mogen we sinds kort 'het Hallenkwartier' noemen, naar de tot uitgaanscentrum verbouwde tramremise De Hallen. Het staat op de straatnaambordjes, waarmee het een officiëel tintje krijgt. Een staaltje buurtmarketing, afgekeken van 'de negen straatjes' in de grachtengordel, die als the nine little streets inmiddels alle reisgidsen hebben gehaald. Onder bewoners zorgde de plotselinge naamsverandering voor nogal wat irritatie. 'Hallenkwartier? Het is hier gewoon de Kinkerbuurt!'














Verschenen in Geografie, februari 2017
www.geografie.nl

19 januari 2017

Geodicht



Rotterdammer, Drent of Zeeuw
Overal geloven ze in de meeuw

Die als enige op de lijst
Niet zingt of tjilpt, maar krijst

'Mijn tegenstanders haten Nederland'
Haalt amper nog de krant


 't Is niet de vogel, 't is zijn volk
Dus vlugvlug, breng een tolk

Vertaal, dat onhoorbaar chagrijn!
Beeld uit, die ingebeelde pijn! 



3 januari 2017

Kaartlezen (19) - Orang-oetanvriendelijk broodbeleg

Evacuatie van een orang-oetan door International Animal Rescue Indonesia

De pindakaas was in de bonus bij de Zaanse kruidenier, een buitenkansje voor de grootverbruiker. En er was nog keuze ook, want naast het vertrouwde huismerk stond een stapel andere potten, met opschrift '100% pindakaas'. Licht wantrouwend bestudeerde ik de achterkant van het label. Maar het stond er echt. Ingredienten: pinda’s. Dat kan dus blijkbaar gewoon, pindakaas van niets anders dan pinda’s. Ik pakte een pot met het vaste huismerk om te kijken wat daar dan precies inzat. Pinda's (75%), zonnebloemolie, dextrose, gehard palmvet, zout.

Ach ja natuurlijk, palmvet. Het favoriete smeermiddel van de voedingsindustrie. Koekjes, halvarine, margarine, ijs, chocolade, kant-en-klaarmaaltijden en dus ook pindakaas; je kunt het zo gek niet verzinnen of er zit palmvet of palmolie in. Echt gezond is het niet. Iets met verzadigde en onverzadigde vetten - wie daar meer over wil weten kan terecht op de website van het Voedingscentrum of op talloze foodblogs. Maar het is goedkoop en oliepalmen groeien snel.

Helaas doen ze dat vooral op plaatsen waar eerst tropisch regenwoud was. De kaart van Greenpeace Indonesia laat zien in welk deel van Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, palmolieproducenten inmiddels concessies hebben voor de aanleg van plantages (de blauw omrande vakken). Vanuit het kustgebied is het oorspronkelijke bos steeds verder teruggedrongen. Vijftig jaar geleden was Borneo bijna volledig bedekt met tropisch regenwoud, het landschap met de grootste biodiversiteit ter wereld. Inmiddels is daar nog minder dan de helft van over. Economische activiteiten als palmolieplantages, houtkap en mijnbouw zijn niet alleen een bedreiging voor de natuur, ze zorgen ook voor bosbranden. Bij de aanleg vindt ontwatering plaats en verdroogt de natte veenbodem, waardoor bosbranden zich sneller kunnen verspreiden. Sinds maart 2016 brengt de interactieve kaart van Greenpeace de actuele bosbranden in beeld, waarbij zowel gebruik wordt gemaakt van lokale gegevens als van Nasa-satellietbeelden. De kaartgebruiker kan tot in detail zien waar er branden zijn, welke bedrijven actief zijn in welk gebied en hoe dik de resterende veenlaag nog is. Ook is op de kaart te zien waar het leefgebied van de orang-oetan is en waar dit het meest wordt bedreigd.

De kaart steunt de Indonesische regering niet alleen bij de aanpak van de bosbranden, maar is ook bedoeld als pressiemiddel tegen bedrijven die zich niet aan afspraken houden. De hoop is dat een actuele en volledige kaart een wapen is in de strijd voor behoud van het tropisch regenwoud. Pogingen om de palmolieteelt te verduurzamen met convenanten en afspraken, blijken tot nu toe niet genoeg. Het verlies van areaal aan regenwoud gaat gestaag door. Net als de bosbranden; 2015 was het jaar met de zwaarste bosbranden ooit. In een slecht jaar zorgen de Indonesische bosbranden voor meer CO2-uitstoot dan een heel land als het Verenigd Koninkrijk.

Maar misschien ligt de belangrijkste oplossing in de schappen van onze supermarkt. Als we onze verslaving aan palmolie en palmvet terugdringen, zouden er minder palmolieplantages nodig zijn. Die pindakaas-zonder-flauwekul was trouwens erg lekker.

In de blauwe vakken hebben bedrijven concessies voor de aanleg van palmolieplantages

Verschenen in Geografie, januari 2017
www.geografie.nl