13 december 2016

Pas op voor kloofdenken

Asterix en de Broedertwist (1980)

Geografie maakt een sterke beurt op het moment. Overal in kranten en op websites verschijnen kaarten van verkiezingsuitslagen. Allemaal dankzij de kloof. Eerst was er de Brexit, toen Trump en daarna de Oostenrijkse presidentsverkiezingen. Steeds laten ze hetzelfde patroon zien: een enorm verschil tussen de steden en het landelijk gebied. Londenaren zagen op 24 juni tot hun afgrijzen dat 'de rest' hun land uit de Europese Unie had gestemd. In de Verenigde Staten won Hillary Clinton alle grote steden, maar werd Donald Trump president omdat hij toesloeg in de gebieden daarbuiten en zijn stemmen gunstiger verdeelde over het land. In Oostenrijk konden de inwoners van Wenen, Graz en Salzburg ternauwernood voorkomen dat de rechts-nationalistische Norbert Hofer president werd.

De analyse is steeds hetzelfde: in de stad wonen de rijken, de jongeren, de hoger opgeleiden en de immigranten. Daar geloven ze nog in internationalisering, in Europa en in de multiculturele samenleving. Buiten de stad heerst het onbehagen, daar zijn steeds meer mensen die het geloof in de politiek zijn kwijtgeraakt. 'De inwoners van de periferie weten onbewust dat ze niet nuttig zijn', zegt de Franse geograaf Jacques Lévy in een interview in de Volkskrant op 10 december. Marine Le Pen heeft weinig aanhang in de Franse steden, maar zou dankzij de provincie toch heel goed de volgende president kunnen worden.

Het is allemaal boeiend voor iedereen die is geïnteresseerd in geografie. Maar er wringt ook iets. Ten eerste is de simpele tweedeling stad/land juist voor Nederland niet erg geschikt. Ook bij ons zijn de steden gemiddeld linkser en kosmopolitischer. Maar de PVV, de partij die een groot deel van de proteststem vertegenwoordigt, scoorde bij vorige verkiezingen hoog in steden als Almere, Rotterdam, Heerlen en Zaanstad. Niet echt wat je noemt landelijk gebied. Het echte landelijk gebied is bij ons nog vooral in handen van traditionele partijen. Bijvoorbeeld het CDA in de kleinere gemeenten in Overijssel, de VVD in Noord-Hollandse poldergemeenten en de PvdA in Drenthe. En dan is er nog de bible belt, waar SGP en ChristenUnie een buffer vormen tegen electorale verrassingen.

Er zit hoe dan ook iets raars in die tweedeling tussen stad en periferie. Zijn we alweer vergeten hoe we bij de vorige kiezersopstand, in 2002, nog vooral spraken over 'de problemen in de wijken'? Criminaliteit, immigratie en integratie waren de onderwerpen. Pim Fortuyn veroverde Rotterdam, toch ook een grote stad. En nu hebben we het ineens, geïnspireerd door het buitenland, over bloeiende en zelfs 'elitaire' steden waar alles goed gaat en een ommeland dat knarst van de ontevredenheid. Een deel van de verklaring kan zijn dat het écht beter gaat met de steden dan vijftien jaar geleden, onder meer dankzij investeringen in nieuwbouw en het terugdringen van kansarme immigratie. Maar het blijft wel een opvallend grote omslag: van boze burgers in de wijken naar boze burgers in de periferie. Het toont aan dat onvrede niet gemakkelijk geografisch valt te vertalen, en ook dat je moet oppassen voor het denken in simpele tweedelingen.

Er is nog een ander bezwaar tegen het kloofdenken. Als politiek wordt teruggebracht tot een clash tussen gebieden en groeperingen, gaat het nauwelijks nog over de politiek zelf. Je kunt vaststellen dat Trump of Wilders veel aanhang hebben onder blanke, laagopgeleide inwoners in relatief arme regio's. Maar dan weet je nog niets over hun politieke opvattingen. Je kunt iemand toewerpen: 'Natuurlijk ben jij voor duurzame energie, want je bent hoogopgeleid en woont in een grote stad’. Maar dan heb je geen discussie over duurzame energie, je bent alleen etiketjes aan het plakken. Daar zit het probleem met het kloofdenken. Het ontneemt het zicht op de inhoud en haalt de verantwoordelijkheid weg bij mensen voor hun ideeën. Maar niemand is het slachtoffer van zijn woonplaats of groep. Vierkante kilometers stemmen niet, net zo min als groepen. Het kloofdenken doet geen recht aan de verscheidenheid aan politieke ideeën; zelfs in het fanatiekste PVV-buurtje woont een GroenLinkser, en andersom. Soms loopt de kloof zelfs dwars door mensen heen. Zie de portretjes bij elke verkiezingen van zwevende kiezers die aarzelen tussen soms totaal verschillende partijen als de SP en de VVD.

Het grootste kloof-onderwerp blijft de multiculturele samenleving. Nieuwsuur bracht eind november een reportage uit Steenbergen, de Brabantse gemeente waar eerder een raadsvergadering over de komst van asielzoekers werd verstoord. We zien een vinex-achtige wijk die overal in Nederland had kunnen staan. Ernaast een groot braakliggend terrein, waarop veertig miniwoningen moeten komen waarvan maximaal een derde voor statushouders. Verschillende omwonenden komen aan het woord. Sommigen zijn tegen ('Het is toch een ander soort mentaliteit'; 'Angst wil ik niet zeggen, maar geen fijn gevoel in de onderbuik.' ). Anderen zijn voor: ('Van mij mogen ze komen. Die mensen moeten ook ergens leven.'). 

Dan heeft de verslaggever het volgende gesprek met een vader bij de school, ook weer zo'n gloednieuw, intens keurig gebouwtje.
Verslaggever: 'Die mensen hebben een verblijfsvergunning, ze moeten toch ergens wonen?'
Man: 'Laat ze dan ergens anders naar toe brengen. Amsterdam of zo. Da's ver zat.'
Verslaggever: ‘Daar zitten ze ook.' (en dat klopt)
Man: ‘Ja, maar hier moeten ze in elk geval weg. Dat is duidelijk.'

Dit is hem dus in volle glorie. De kloof. Een boze - of is het bange? - burger die vindt dat de sobere huizen voor oorlogsvluchtelingen allemaal in de verre stad moeten worden gebouwd. Het is nuttig om te weten hoe zulke ideeën geografisch zijn verspreid en welke groepen mensen ze het vaakst hebben. Maar blijft het bij onderzoeken of mogen zulke opvattingen ook nog weersproken worden? Het risico bestaat, en je ziet het nu al gebeuren, dat extreme ideeën worden genormaliseerd als we ze alleen nog als geografische of sociologische patronen zien. Dat je woorden als xenofobie of racisme helemaal niet meer mag gebruiken, want dan ben je iemand die periferiebewoners of andere categorieën 'niet begrijpt'. Dan weten we alles over de kloof maar hebben we het politieke debat weggetoverd.

Afbeelding uit De Volkskrant, 10/12/2016

10 december 2016

Geodicht




De inwoners van Groningen
Trillen uit hun woningen

Woedend op de taxateur
Die twijfelde aan elke scheur

Ook hij wist hoe het kwam:
De staat vond, boorde en NAM

Maar reparaties bovengronds
Zaten niet in 't aardgasfonds

Oost West, huis verpest
Noord bleef altijd wingewest


Prognose bodemdaling 2050 in centimeters

2 december 2016

Kaartlezen (18) - Uitgesproken geografisch


(English version below)

Nederlanders praten graag en veel Engels. Maar niet altijd even goed, zo blijkt onder meer in het debat over de toenemende Engelstaligheid aan de universiteiten. Vooral de th-klank in three en thank you is voor sommigen een struikelblok. Voor diegenen is het misschien een geruststelling dat de th-klank ook in het Verenigd Koninkrijk aan een gestage Brexit bezig is. Er zijn steeds meer Britten die three uitspreken als free. In 1950 was het aandeel free-zeggers beperkt tot een klein gebied rond Londen. Nu zijn er grote delen van Engeland, vooral in en rond de steden, waar een kwart of meer van de bevolking de th-klank achterwege laat.
 
Dat weten we dankzij een onderzoek van de universiteit van Cambridge naar verschuivende uitspraakpatronen. Via een online-enquete waaraan ruim dertigduizend Britten meededen, werden de uitkomsten vergeleken met een onderzoek uit 1950. De regionale verschillen in uitspraak en woordkeuze zijn sindsdien kleiner geworden. Typische streekwoorden verdwijnen, zo heet de herfst inmiddels vrijwel overal autumn terwijl er in de jaren vijftig nog in grote delen van het land backend of fall werd gezegd. De uitspraak van Londen en omgeving heeft zich vanuit het zuidoosten over het land verspreid. Nog een woord waaraan dit valt te merken, is arm. In 1950 waren er nog grote delen van Engeland waar de r in dat woord werd uitgesproken; de hele zuidkust, de regio Newcastle. Nu heeft de r-loze uitspraak (ahm) het grootste deel van Engeland en Wales veroverd. In Schotland, Noord-Ierland en Ierland heeft de r wel stand gehouden. De onderzoekers verwachten dat door migratie en arbeidsmobiliteit de regionale verschillen in uitspraak verder zullen verkleinen.
 
De voorbeelden three en arm maken duidelijk dat zowel een ‘foute’ als een ‘goede’ uitspraak zich kan verspreiden. Iemand die free in plaats van three zegt zal bij de BBC weinig kans maken als presentator. Dat terwijl het weglaten van de r in arm juist geldt als standaard-Engels, ook wel aangeduid als the Queen’s English. De dialecten-app waarmee het onderzoek is uitgevoerd kan door iedereen worden gedownload (link), zodat je kunt testen welk soort Engels je zelf spreekt. Aan de hand van 26 vragen wordt geraden waar je vandaan komt. Zonder overigens rekening te houden met deelnemers van buiten de Britse eilanden. Bij mij dacht de app dat ik uit het zuiden van Ierland afkomstig was.
 
Leuk, zo’n onderzoek. Maar het maakt ook hebberig naar meer. Want als er nou één taalgebied is met een grote geografische verscheidenheid aan klanken, dan is het wel het Nederlandse. Onderzoek naar streektalen is er genoeg, maar hoe zit het met de verspreiding van meer algemene klankverschuivingen, zoals de vervanging van de ij/ei-klank door een aai-klank? Nemen de uitspraakverschillen tussen Nederland en Vlaanderen inderdaad toe, zoals je vaak hoort beweren? Ook interessant zou zijn om de spreiding van ‘hun hebben’ in kaart te brengen. Volgens sommige taaldeskundigen moeten we daar maar aan wennen en is deze constructie op weg om standaard-Nederlands te worden. Vooruitlopend daarop zouden we misschien een beschermd taalgebiedje kunnen aanwijzen waar hij fout is en blijft.




Verschenen in Geografie, november 2016 www.geografie.nl


Geographically speaking


The Dutch like to speak English. But not always successful, as evidenced by the debate about the poor English at Dutch universities. Especially the th-sound in three and thank you is a challenge to many people. For them it might be a comforting thought that the th-sound is making a slow Brexit in the United Kingdom as well. More and more British people pronounce three as free. In 1950, nearly all free-sayers were concentrated in a small area in and around London. Today there are many parts of England, especially urban areas, where a quarter or more of the population omit the th. These shifting pronunciation patterns have been studied by the University of Cambridge with an online survey among more than thirty thousand participants. The results were compared to a survey from 1950. Regional differences in pronunciation and vocabulary have since narrowed. Typical dialect words disappear, and aspects of the London accent have spread over a wide area. Another word to which it is to be noted, is arm. In 1950, there were still large areas of England where the r in that word was recognizable, such as the south and the Newcastle region. Today the r-less pronunciation (ahm) has conquered most of England and Wales. The r has survived in Scotland, Northern Ireland and Ireland. The researchers expect that regional differences in pronunciation will further reduce.

The examples three and arm make it clear that both 'bad' and 'good' pronunciation may spread. Someone who says free instead of three will have little chance to present the BBC-news. At the same time dropping the r in a word like arm is perceived as the Queen's English. The dialects app with which the research was conducted can still be downloaded (link), so you can test what kind of English you speak yourself. Based on 26 questions it guesses where you are from. However without taking into account participants outside of the British Isles. In my case the app thought I was from the south of Ireland.

Very interesting, such an investigation. But it also makes greedy for more. Because if there is one language region with a great geographical diversity of sounds, it is the Dutch. There is plenty of research into regional dialects, but what about the spread of more general pronunciation shifts, such as the replacement of the ij/ei -sound by an ai -sound? Are differences in pronunciation between the Netherlands and Flanders indeed increasing, as often claimed? It would also be interesting to map the replacement of ze (they) by hun, which can mean both their and them. A good example is the widespread hun hebben (them/their have)According to some linguists we have to get used to it because it is on it’s way to become standard Dutch. In anticipation, we might designate a protected area where it will continue to be wrong.