22 augustus 2016

Geografische intelligentie

Televisiekijkers van boven de veertig zullen zich de legendarische rubriek 'Kunt u aanwijzen waar we nu zijn?' uit De Vakantieman vast nog herinneren. Heerlijk leedvermaak over Nederlandse toeristen aan Spaanse kusten die de aanwijsstok na een wankele zoektocht over een blinde kaart van Europa boven Finland lieten rusten, voor de vorm wat cirkeltjes draaiend om aan te geven dat ze het niet precies wisten, maar dat het daar toch ergens moest zijn.

De slachtoffers lachten vrolijk mee, want geobetie - een gebrek aan geografische basisvaardigheden - is een geaccepteerd neefje van analfabetie, dyslexie en discalculie. Opvallend veel mensen zeggen zonder probleem, bijna met trots, dat ze heel slecht zijn in topografie en geografie. Kaarten? Hebben ze gewoon niks mee.

En dat hoeft ook niet meer. Grote kans dat iemand nu zijn smartphone erbij pakt als vakantieman Frits Bom of zijn opvolger vraagt waar hij is. Want die weet het precies. En hij kan je ook nog alles vertellen over de geschiedenis van de plek, waar je er het lekkerst kunt eten en hoe je er zo snel mogelijk vandaan komt. Parate geografische kennis is niet meer nodig, het zit allemaal in je broekzak. Zelfs in de lucht hoeven we niet meer te gokken waar we zijn, want er is ook al een app die je precies vertelt wat je beneden ziet aan steden en landschappen (link). Je kunt hem activeren bij vertrek, zodat je geen wifi in het vliegtuig nodig hebt.

Handig. Maar het roept de vraag op of die hulpmiddelen mensen meer of minder geobeet maken. Worden we er 'geografisch intelligenter' van, of veranderen we juist in slaapwandelaars die zonder technologie geen idee meer hebben waar we zijn? Het is dezelfde discussie als in het onderwijs, waar de ene stroming voluit pleit voor individueel digitaal leren in de klas en de andere voor ouderwets klassikaal kennis stampen.

 Vakantieman Frits Bom                                            Afbeelding: ANP Kippa

Ook bij geografische hulpjes speelt het gevaar van gemakzucht mee. Een locatie-app toont alleen wat je op dat moment wilt weten, in een versimpelde weergave en los van de context. Een ouderwetse kaart op papier is in eerste instantie misschien onhandiger, maar geeft meer overzicht. Daarbij is iets opzoeken niet hetzelfde als iets weten. Het is een reflex geworden om voor elk probleem de smartphone tevoorschijn te halen, want die weet het toch altijd beter dan wijzelf. Maar onthouden we zo nog dingen, leren we nog om verbanden te leggen en patronen te herkennen?

Sommigen voorspellen dat een zomerhype als Pokémon Go de voorbode is van een nieuw 3D-tijdperk, waarin geo-technologie zal helpen om het ruimtelijk inzicht van jongeren te vergroten (link). Ik ben daar nog niet zo zeker van. Weten al die kids eigenlijk waar ze zijn als ze turend naar hun schermpje door het park lopen op zoek naar Pikachu? Vergroten ze hun kennis van de echte wereld als daar een dikke virtuele spellaag overheen is gelegd? Maar het blijft natuurlijk altijd een goed idee om op een zo speels mogelijke manier te leren. Als er nou eens locatie- en navigatiesoftware komt die het leuke met het leerzame combineert. Een app, laten we hem Frits noemen, die reageert met: ik vertel je over tien seconden waar we zijn, maar waar dénk je dat we zijn? En dan natuurlijk een beloning als je het goed hebt, anders is er geen lol aan.

5 augustus 2016

Geodicht



’t Is weer de tijd van sponsorpret
Voor marktaandeel en jaaromzet

Zilver of brons naar het vaderland?
Goud met schuimkraag in de hand!

Vanuit ons oranje dranklokaal
Verdringen we het sambakabaal

Tot in de verste favela

Klinkt de boodschap: HHH

Met de beurskoers op het scorebord
Want sport is mooi, nóg mooier is export