23 februari 2016

Laten we hem de Job Cohen Moskee noemen


Als je de Vlaamse islamcriticus Wim Van Rooy mag geloven, verandert de Baarsjes binnenkort in een oorlogsgebied. In een reportage van Studio Powned trekt hij van leer tegen de pas afgebouwde Westermoskee. Volgens Van Rooy is het naïef om te denken dat een moskee zomaar een gebouw is: 'Het is een statement: wij willen jullie overwinnen. Wij willen het westen veroveren.'... 'Als je erover praat moet je je bestaande kaders wegwerpen. Het boek dat hier wordt voorgelezen is een oorlogshandboek. Het is een plaats waar ze plannen kunnen smeden en wapens kunnen verbergen.'

Van Rooy is de schrijver van het in België ophefmakende boek Waarover men niet spreekt. Bij die titel schiet je als Nederlander toch wel even in de lach. We spreken hier al zo'n vijftien jaar over niets anders dan islamisering en radicalisering, op steeds luidere toon. De teksten van Van Rooy zijn een iets uitgebreidere versie van de hyperbolen die we kennen van Geert Wilders. Het is de hysterie waar je geen aandacht aan zou besteden als de bijbehorende politieke stroming niet op dertig of meer zetels in de peilingen stond. Alles gestoeld op een ijzeren, onverzoenlijke logica waarin alleen nog plaats is voor een vreedzame 'wij' en een oorlogszuchtige 'zij'. De Westermoskee is nog niet open, er is nog geen woord in gesproken, nog geen gebed gehouden. Maar Van Rooy maakt een wandeling door Amsterdam, ziet een minaret en weet genoeg: 'minaretten zijn bajonetten'.

Zou hij ook weten dat er in de buurt waar hij staat steeds minder moslims wonen? Dat de huizenprijzen in de Baarsjes, samen met die in het aangrenzende Bos en Lommer, in de afgelopen jaren het hardst stegen van alle Amsterdamse buurten? Dat het een buurt is waar de trendy coffeeshops uit de grond schieten en waar ministers, kamerleden en BN'ers wonen? Als er al een kantelpunt bestaat waarop een buurt dreigt om te vallen door islamisering dan is dat gevaar in de Baarsjes al lang geweken. Twintig jaar geleden was dat misschien nog anders, toen dit deel van de stad er veel minder florissant bij lag. Toen zou zo'n imposante moskee nog een signaal kunnen zijn geweest: hier begint islamitisch Amsterdam. Nu is de moskee hoogstens een opvallende verschijning in een sterke en diverse buurt.
  
Wat Van Rooy en andere islamcritici niet willen zien, is dat achter de term 'moslims' allerlei verschillende groepen schuilgaan, voor wie de sociale functie van een moskee minstens even belangrijk is als de religieuze. Ironisch genoeg is dat precies dezelfde fout die de gemeente Amsterdam met de Westermoskee maakte. De moskee moest een onderdeel worden van de buurt en worden ingebed in het integratiebeleid van de gemeente. Dat paste helemaal bij de Cohen-jaren, toen de gedachte nog heerste dat integratie het best kon verlopen via een eigen islamitische zuil. En dus kwam er een plan om de Westermoskee tegelijk te ontwikkelen met appartementen en winkels, alles gebouwd in de traditionele baksteen-architectuur die kenmerkend is voor de Baarsjes. Het moest een moskee worden met de deuren open naar de omliggende buurt, een multiculti-moskee. Onvergetelijk zijn de beelden bij de officiële aankondiging van het plan, waarbij oudere Turken in religieuze kledij wat verdwaasd kijken naar een groepje dansende en rappende jongeren. Je zag meteen: die mensen willen helemaal geen multiculti-moskee. Ze wilden een moskee voor hun eigen groep Turken van conservatief-religieuze snit.

In de jaren daarna werd de kloof tussen gemeente en de initiatiefnemers voor de moskee pijnlijk zichtbaar. Er kwamen financiële perikelen, de onderhandelingen tussen het stadsbestuur en de moskeevereniging verliepen steeds moeizamer. De liberale voorzitter, die het multiculturele liedje van de gemeente meezong, werd onder druk van de Turkse koepelorganisatie Milli Görüş vervangen. De woningcorporatie wilde niet langer wachten en begon met de woningbouw, zonder dat duidelijk was of de moskee er nog ging komen. Toen na jarenlange onduidelijkheid de moskeevereniging aankondigde met de bouw te beginnen, reageerde de stadsdeelvoorzitter van de Baarsjes met de opmerking dat hij het allemaal nog moest zien. Dat was dus de leider van een democratisch gekozen bestuurslaag, die niet wist of het grootste gebouw in zijn wijk er wel of niet kwam en de indruk wekte dat hij er het liefst niets mee te maken had.

En nu staat de moskee er dan toch, de minaret en de koepel hoog uitstekend boven de smalle straten. Groter en hoger dan de kerken in de buurt. Kerken die voor een deel al niet meer in functie zijn; een paar straten verderop wordt de Chassékerk verbouwd tot danscentrum. De Westermoskee is een paleis voor een minderheid onder de Turks-Amsterdamse bevolking, een minderheid van een minderheid. Alsof een tafeltennisclub het voor elkaar heeft gekregen om een eigen stadion te bouwen, midden in een woonwijk. Rond de moskee is nauwelijks parkeerruimte voor de bezoekers. Aan de architectuur is het oorspronkelijke plan af te zien, want moskee en woningen zijn min of meer in dezelfde stijl gebouwd. Maar loop er tussendoor en je ziet dat de verhouding zoek is. Dit gebouw heeft ruimte nodig, ruimte die er in dit deel van Amsterdam niet is. Eigenlijk zouden we het moeten omdopen tot Job Cohen Moskee en er een bordje bij moeten zetten met de tekst Monument voor het Multiculturalisme (ca. 1980 - ca. 2005). 

Je kunt bedenkingen hebben bij deze moskee, zowel bij het gebouw zelf als bij de manier waarop het tot stand is gekomen. Maar als ik moet kiezen - en gelukkig hoef ik dat niet - dan toch liever het voorbije multiculturalisme van Job Cohen dan de angstzaaierij van mensen als Wim Van Rooy. 

17 februari 2016

Geodicht


Kijk hem daar staan, helemaal alleen
Niets dan lege luchten om zich heen

De flat in het water, kaal en naakt
Hebben ze ’m ook nog dertien hoog gemaakt

Op de maquette leek het vast heel wat
‘Een markeringspunt bij de entree van de stad’

Of andere vage ruimtepraat
Zonder zicht op de menselijke maat

Bouwers geluk is burgers verdriet
Wie wil leven in een monoliet? 


2 februari 2016

Kaartlezen (12) - De wereld op je schouder

Er is altijd een band geweest tussen geografie en tatoeages. Zeelieden die de evenaar hadden gepasseerd, lieten een tatoeage van Neptunus zetten en het ronden van de gevaarlijke Kaap Hoorn werd bekroond met een afbeelding van een schip met volle zeilen. Landkaarten als lichaamsversiering zijn pas vrij recent in zwang geraakt. Omdat tatoeagebezitters hun nieuwe aanwinsten graag aan de wereld tonen, is de trend goed zichtbaar op platforms als Pinterest en Instagram.
Ruwweg vallen er in de bonte verzameling map tattoos drie categorieën te onderscheiden. De eerste is de weelderige, quasi-antieke landkaart die aansluit op de zeemanstraditie. Halve schilderijen zijn het, vaak met coördinaten en bijna altijd met een kompas. De tweede groep bestaat uit afbeeldingen die lokale trots uitdrukken: een kaart van het geboorteland, de staat of de regio. Erg mooi zijn bijvoorbeeld de tatoeages van Nieuw-Zeeland - dankzij de Maori's een land met een rijke tatoeagecultuur - die zijn opgebouwd uit houtsnijwerkpatronen.
En dan is er nog een derde categorie die snel opkomst maakt: de lege wereldkaart. Je ziet hem op ruggen, schouders, flanken en bovenbenen. Maar er zijn ook veel kleintjes, discreet aan de binnenkant van de pols. Of zelfs op voeten, met op elke wreef een halfrond. De wereldkaart, de traveler, was volgens weblog Tattoodo een van de vijftien meest trendy tatoeages van 2015. Het lijkt typisch een tatoeage voor mensen die er altijd al een wilden hebben, geen enorm exemplaar maar een bescheiden, universeel symbool. En wat is er universeler dan de hele wereld?

Nu is 'de hele wereld' wel een relatief begrip. Aan Antarctica wordt zo te zien geen druppel inkt verspild. En waar ruggen en schouders nog genoeg ruimte bieden voor een behoorlijk gedetailleerde kaart, moeten er op de kleinere lichaamsdelen concessies worden gedaan. Eilanden als IJsland en Sri Lanka halen de polsen of armen vaak niet en de Indonesische archipel is voor tatoeëerders een grote uitdaging. Die zouden ook nog beter gebruik kunnen maken van de natuurlijke rondingen van lichaamsdelen, waardoor een deel van de vervorming - die altijd optreedt bij wereldkaarten op een plat vlak - kan worden opgevangen. Sommige getatoeëerden lopen zelfs rond met een Mercatorprojectie, de kaart waarop Groenland even groot lijkt als Afrika. Jammer voor ze, want dat is toch een beetje de cartografische variant van de tatoeage met spelfout.





Verschenen in Geografie, februari 2016